StamboomLaurentii.jpg

 

 

1477 - Lauwendries, een zelfstandige heerlijkheid te Tildonk

Mijn jongste broer heet Denis. Ik meende dat de naam uniek was bij Lauwens, tot ik op een naamgenoot stootte in 1477, pachter van het hof van Deelbroeck te Haacht. Niet alleen de naam, ook het voorkomen ervan in de 15e eeuw in die streek was een nieuw gegeven. Zou er een verwantschap kunnen zijn met de 13e eeuwse vermelding van Lauwendries in het naburige Tildonk?

Net als Haacht ontstond Tildonk langsheen de oude verbindingsweg tussen Leuven en Lier. De ridders van Tildonk, vertrouwelingen van de hertog van Brabant, bewoonden tijdens de 12de eeuw twee motten : Oudenborch en Nieuwenborch (waarop nu het "Kasteeltje" staat). In de loop van de 13de eeuw taande hun macht : de beide burchten verloren hun controle over Tildonk en degradeerden tot twee kleine heerlijkheden. De heerlijkheid Tildonk zelf werd rechtstreeks bestuurd door de hertog van Brabant, en verschillende kloosterinstellingen maakten van het machtsvacuüm gebruik om er een aanzienlijk grondeigendom te verwerven. Bovendien ontwikkelden zich binnen de grenzen van de parochie nog enkele andere zelfstandige heerlijkheden zoals Lauwendries (Dormaalhoeve) en een heerlijkheid in handen van het kapittel van de St.-Pieterkerk van Leuven.

De oudste ons bekende verwanten in de streek waren Denis Lauwens omstreeks 14771 en diens vader Jan Lauwers, omstreeks 1440, pachters van het hof van Deelbroeck te Haacht. Zowel de schrijfwijzen Lauwens, Lauwers, Lauwaerts, Lauwereijs als Laureijs kwamen voor in de streek. Denis Lauwens had een zus Barbara en een broer Jan. We kunnen niet met zekerheid zeggen dat er een relatie is tussen de Lauwendries en verwanten. Opmerkelijk is alvast wel dat de stamouders van de Hombeeks-Leestse lijn in 1570 Joris Lauwers en Christine Van Dormaal waren2.

https://scontent-fra3-1.xx.fbcdn.net/v/t1.0-9/13335527_1221748951182541_5233484051116802988_n.jpg?oh=06f563d5b61ae309ecbad44c85465a84&oe=57E5C144 Het Hof ten Dormaal was het centrum van de heerlijkheid Lauwendries. Naast de klassieke hoevegebouwen (woonhuis, schuren, stallingen en bijgebouwen) stond hier ooit een 'motte omringd door wateren'. Al in de 14de eeuw werd de Lauwendries vermeld in de oude leenboeken van het hertogdom Brabant. In 1440 bestond de 'dingbank' (rechtbank) van Lauwendries uit acht laten en een meier.

Afbeelding: het Hof ten Dormaal huisvest thans een brouwerij (Caubergstraat 2 in Haacht).

In Tildonk kenden we het bestaan van niet minder dan 6 verschillende heerlijkheden:

·         De heerlijkheid Tildonk met als centrum ’s Heerenhuys, nabij de kerk

·         De heerlijkheid Oudenborg met als centrum het Hof Oudenborg

·         De heerlijkheid Ter Borcht of Nieuwenborg met als centrum het huidige Kasteeltje

·         De heerlijkheid Lauwendries met als centrum de huidige Dormaalhoeve

·         De heerlijkheid toebehorend tot het kapittel van de Sint-Pieterskerk te Leuven

·         De heerlijkheid van het Hof ter Hadocht

Er waren met andere woorden 6 verschillende heren die het hier voor het zeggen hadden. Zij hadden hun eigen territorium (eigen grondbezit plus een aantal cijnsgronden en leengronden waarop de heer belasting inde). Aan zulke heerlijkheid was meestal een laat- of leenhof verbonden met daarin laten of schepenen en leenmannen.

De heerlijkheid Tildonk bezat  een schepenbank en  beschikte over de volledige rechtspraak, wat betekende dat de heer er (in theorie) bijvoorbeeld ook de doodstraf kon gebieden.
De heerlijkheden Nieuwenborg en Lauwendries bezaten de lagere rechtspraak waarbij vooral geschillen betreffende grondeigendommen en goederen beslecht werden.

Uitzonderlijk is dat slechts op een boogscheut van mekaar niet minder dan drie motten voorkwamen: Oudenborg, Nieuwenborg en het Hof van Dormaal. De motten Oudenborg en Nieuwenborg ontstonden in de 12de eeuw, ze lagen slechts 200 m van mekaar langsheen de Lipsebeek. Hun ontstaan gaat terug tot het riddergeslacht ‘van Tildonk’.

 

1477 - Lauwens en Lauwers te Haacht

Op 9 september 1477 vermeldde Reinier de Persmaker dat Denis Lauwens van zijn vader een hof met toebehoren ontving, genoemd "Het hof van Deelbroeck" te Haacht. Het ging om een hof "metten bedrijven ende alle anderen zijne toebehoorten". Dezelfde dag ontving Dionijs (Denis) ook twee delen van 200 beemden gelegen onder Haacht, waarvan een derde deel behoorde aan Jan Lauwers. Ook op 25 februari 1478 was er een melding van Dionijs, wiens familienaam dan gespeld werd als 'Lauwers'. Hij derfde toen een hof met toebehoren aan Jan Vanden Heetvelde (Van Eetvelde), zoon van Jan. Het ging ook om twee delen. Er duiken verschillende schrijfwijzen van de familienaam op: behalve Lauwens en Lauwers, werd de familie ook aangeduid als Lauwerys en Lauwaerts.

In 1503 was er de melding van Jan Vanden Ghenille, zoon van Willem, met de pottenmaker Aart Michiels, gehuwd met zijn zus Liesbeth Vande Ghenille, Jan Lauwerys (zoon van Jan) en Barbel Lauwaerts, diens zus, tezamen een recht of aandeel gaven in een half bunder weiland aan Jan Ouderogghe en diens vrouw Margriet Vande Ghenille. Het half bunder bevond zich tussen het grote tarweland tussen heer Machiel Absaloens aan de ene zijde en het goed van de kinderen van Michiel Spoelberghs3  aan de andere zijde.

Op 12 mei 1507 werd vermeld dat Mathijs Op de Beeck, Klaas Raes, Mathijs Van Roeye, Marie Van Hove (in naam van haar kinderen en Katelijn Van Hove, dochter van Jan), Jan Vernoeyen, Hendrik Van Hove (ook een zoon van Jan), Jan Van Hove, Jan Vanden Ghenille (zoon van Willem), Liesbeth Vande Ghenille met echtgenoot Aart Michiels, Katelijne Van Hove met haar man Jan Lauwaerts, Barbel Lauwaerts, Mathijs, de voogd van Katelijne Vanden Ghenille, Willem Ouroghe, zoon van Jan tezamen kwamen voor Joos de hertog en leenheer en diens mannen Willem Van Eycken, Aart De Witte, Jan De Rijcke, Jan Van Hove en Hendrik Schelkens om twee bunder weiland te derven. Het ging om een leen gelegen tussen het goed van Antonis Absaloens, het goed van Wout(y)ers kinderen, het goed van de kinderen van Hendrik van Bolloe, de dijk van de Dijle en andere bunders weiland (van Antonis Absaloens, Rane Absaloens, het klooster op de 'half strate'5 en Aart van Aarschot). 

Latere meldingen wijzen op een band met het naburige Rotselaar. In 1542-1548 waren er vermeldingen van Jan Laureys in akten te Rotselaar, alsook van Aart Laureys, aan de Clockenborch en de Lindenbeemden in de aangrenzende gemeente. Daarbij werden Jan De Witte vermeld, Jan Huys en Willem De Colvere. Ook met het naburige Werchter5  zijn er banden, blijkens diverse meldingen in de 16e eeuw.

Genealogie Laurentii

Numquam solus incedes

 

 

Inhoud

Blog

Documenten

Foto's

Gezinnen

Stamboom

Startpagina

Thematisch

Verhalen

Verwante families

 

 

 

Voetnoten

 

1    Zie verhaal in 1477

2      Zie stamoom Hombeek-Leest

3  Een kasteel(park) 'de Spoelberch' werd aangelegd in de 18e eeuw en bevindt zich in de huidige deelgemeente Wespelaar.

4  De verwijzing naar de dijk betreft allicht de middeleeuwse dijk die werd aangelegd om de weilanden in het noorden van Haacht van overstromingen te vrijwaren. De melding van het klooster slaat allicht niet het huidige Urselinnenklooster in de deelgemeente Tildonk, dat pas in 1821 werd opgericht.

5  Sinds de fusie van 1977 bestaat de gemeente Haacht uit de deelgemeenten Haacht, Wespelaar, Tildonk en verder de gehuchten Wakkerzeel en Kelfs die respectievelijk van Werchter en van Herent werden afgescheiden en bij Haacht gevoegd. Werchter fusioneerde met Wezemaal (en het gehucht Heikant) met Rotselaar.