Shield_VHC.jpg

 

 

Verhalen - 1470 - Gheert Lauwers, meier van Kapelle-op-den-Bos

Geert Lauwers werd vermeld in een geschil in 1520 tussen de heren van Grimbergen en ons heeren des conincx  (hertogen van Brabant). Het ging om een gevangenenhuis aan de brug van Zemst. Geert Lauwers was meier te Kapelle-op-den-Bos en was ongeveer 80 jaar oud. In 1520 was Mechelen in volle bloei, de Sint-Romboutstoren was bijna voltooid, Keizer Maximiliaan werd ouder, de eerste vervolgingen begonnen van Lutheranen in Duitsland, ...

 

In Zemst was het niet zo rustig. In deze tijd behoorde Zemst onder de meierij of vrijheid van Kapelle-op-den-Bos, een gebied dat in de 15e eeuw door de hertogen van Brabant was opgericht als tegengewicht voor de heren van Grimbergen. Sommige instellingen hadden rechten op bepaalde onroerende goederen. Deze rechten en instellingen definiëren was voor Zemst vaak een moeilijke zaak.

 

Nijs Van der Beken was meier van de heren van Grimbergen en huurde het huis de Croon, aan de overzijde van de Zenne vanuit Mechelen [zie pijltjes op de kaarten]. Hij eiste het huis op om voor heren van Grimbergen rechtspraak te doen, en die eis lokte op zich een hele rechtszaak uit omdat het huis zelf onder de jurisdictie van de hertog van Brabant zou vallen. In opdracht van de Rekenkamer van Brussel werd door de secretaris en procureur-generaal in Brabant een getuigenverhoor op touw gezet. De getuigen waren hogere dorpsfunctionarissen in dienst van ons heeren des conincx1.

 

Tijdens dit getuigenverhoor kwam één en ander aan het licht2.

 

Geert Lauwers was meier3 te Kapelle-op-den- Bos en was ongeveer 80 jaar oud. Hij had zijn voorganger Hendrick Van Soenen, gedurende veertig jaar gekend en getuigde dat hij deze altijd had horen zeggen dat het huis over de brug van de Zenne in Zemst eertijds toebehoorde aan Jeanne Van Relegem en nu aan Jeanne Van Lathem. In dit huis hielden de officieren van de hertogen van Brabant het gebruiksrecht en er werden "de misdadige ende kuerachtige gevanghen ende gespannen gehouden". De rentmeester zette er de cijnzen. Het huis werd altijd "gegoed en geërfd onder ons heeren des conincx”, getuigde Geert.

 

Afbeelding: de brug gesitueerd op een kaart van Philippe-Christian Popp tussen 1842 en 1879

 

Extra bewijs leverden de schepenbrieven die Geert Lauwers had geraadpleegd in de Rekenkamer te Brussel.

 

Nijs Van der Beken wilde het huis gebruiken om misdadigers terecht te stellen en gevangen te houden voor de heren van Grimbergen, zonder toelating van de hertog van Brabant. Te Zemst en te Weerde waren er nog huizen die onder de hertogen van Brabant vielen, “daer die kueren ende bruecken ende andere rechten hen toe behoren”, aldus Geert. Hij betoog verder dat de rechten door de meier en de officieren van de heren van Grimbergen met geweld van de officieren van de hertogen van Brabant waren afgenomen. Dit was onder andere ook gebeurd met het huis waar Gabriel Van Woluwe in woonde in Weerde, “welck huys nochtans eygen goedt was” - hoewel het zijn eigendom was.

 

Peter Van Nyverseel was ook getuige. Hij was rentmeester van de hertog van Brabant voor het gebied van Overzenne. Peter was 76 jaar oud. Hij getuigde altijd geweten te hebben dat in Zemst de eigen goederen, “daer geerfd en gegoed worde” door de rentmeester van de hertogen voor het gebied van Overzenne en door zijn schepenen werden beheerd. Het huis met de beemden over de brug Mechelenwaarts was zo eigen goed: de “kueren ende bruecken die vallen ende verschynen op de heerstrate van aende Mechelse Brugge tot Eppegem over de Brug, met oock die borrewegen, kerckwegen, bruywegen ende gemeynten competeeren aan ons heeren des conincx, zonder dat daer yemandt eenight recht kan op voirderen”, getuigde hij. Nochtans wilden enkele officieren en de meier van de heren van Grimbergen, Nijs Van der Beken, hetzelfde usurperen en de rechten toebehorend aan de hertogen met geweld afnemen, zo betoog hij.

 

Antoon Van Ermeren was "vorster" (deurwaarder) van de hertogen in Zemst, was 42 jaar oud, en hij was een derde getuige. Antoon woonde al 16 jaar te Zemst. Volgens hem huurde Nijs het huis en wilde deze de rechten van de hertogen niet erkennen en zelf renten innen: “ons heeren des conincx daer inne geen recht meer kennen en pretendeert aldaer tot behoef van de heren van Grimbergen alle bueren ende kueren als die daer vallen te mogen ontfangen." Hij bevestigde de rechten van de hertog van Brabant in de streek: "De Heerstrate competeert ons heeren des conincx van aent brugsken in gheenszijde van de Syenne naer Mechelen weerts bij ‘t Sieckhuysken aldaer tot Eppegem toe veertig voeten breed met ook de gemeynte aldaer gelegen. Soo hadde de rentmeester van Oversynne eenigh particulier persoonen op eenighen heerlycken cheyns geconsentieert te planten willigen ende ander hout.”

 

Nijs Van der Beken had dus de bomen en de wilgen, hoewel hij er geen recht op had, laten afhakken en laten wegvoeren zoals hij zelf goeddunkte. Sommige Zemstenaren die met dit hout normaalgesproken cijns betaalden aan de rentmeester van Brabant, konden dit daardoor niet meer.

 

Gevraagd werd aan de getuige of het huis De croone eigen goed was en of het cijns gaf aan de hertog van Brabant. Antoon antwoordde dat de grond waarop het gebouwd werd, genomen werd van een grote beemd, die als eigen goed werd beschouwd. Deze beemd behoorde aan een vrouw uit Mechelen. Tussen het huis en de Heerstraat stond een opstal. De heren van Grimbergen hadden op het belangrijkste gebouw van het complex een cijns van 12 stuivers, maar de getuige wist niet op welke manier zij hier aan geraakt waren.

 

 

Laureys Boets, wonend in Zemst en "schepene aldaar", was 66 jaar oud en getuigde eveneens. Hij bevestigde dat het huis gedurende 40 jaar onder de hertogen van Brabant ressorteerde. Hij was er niet van op de hoogte dat de heren van Grimbergen hier enig recht of gezag “hadden willen pretenderen”. Deze getuige wist dat de tegenwoordige en vroegere meier van Kapelle-op-den-Bosaldaer diversche gevangenen van wegens ons heeren des conincx gesedt ende gestelt hebben ende die welcke sijn geexecuteert sijn geweest ende dandere gecomposeert.” Op het huis waren renten bezet “van de welcke brieven gepasseert waren onder d’officieren ons heeren des conincx.” De heerstraet tot Semps behoorde alleen de hertog van Brabant toe!

 

Een volgende getuige was Jan Van Linth, de meier van het godshuis van Oliveten, "gestaen tot Semps", en hij was 60 jaar. Hij woonde er ook al 60 jaar. Sinds deze tijd kende hij het huis de Croon. Ook hij wist dat de gevangenen van “ons heeren des conincx aldaer gevangen gehouden zijn geweest ende die eenighe aldaer gepijnt ende gedenckt hem deponent onder dandere van eenen genoempt Willeken Bruyseghem des geleden is over 30 jaeren dat de meyer van Kapeelen opten Bosch, genoempt Henrick Van Soenen hem aldaer gevangen hiel ende den selven vervoirde tot Brussel aldaer hij verwesen wordt, ende daernaer werdt de voors. Willeken wederom byden voorschreven meyer gebracht tot Sempst metten dieneren oft Amansknapen van Brussel, ende weerdt hij aldaer opte Heerstraete aende lynde op een bercxken geexecuteert ende op een radt gesedt.”

 

Ook de Zemstse veldwachter "preter" Aernt Melys , 73 jaar oud, had het grootste deel van zijn leven te Zemst gewoond. Hij bervestigde het verhaal van zoveel jaren geleden over de gevangene Willeken Bruyseghem die uit Elewijt stamde, en die bovendien was ontsnapt uit de gevangenis: “ontbroken was dwelck hy deponent sach staende in een schoeme en dorschte ende alsoo de voors. Henrick Van Soenen gewair werdt dat de voors. Willeken hem ontbroken was, quam hij tot hem die spreeckt seggende, ghy Aernt, ghy sult my mynen gevangenen wysen oft ick sal U in syne plaetse stellen ende alsoo de voors. Meyer synen gevangene vont int hoy geborgen stelde den selven wederom int selve huys gevangen ende werdt de selve gevangen naemaels te Brussel gevoert ende aldaer verweesen en naemaels geexecuteert tot Sempst... geseyt voorts dat de heerstraete tot Sempse beginnende van aent bruecxken bij ‘t Sieckhuys tot Eppegem toe veertg voeten breed toebehoort alleene onsen heeren den coninck. “

 

Vermoedelijk woonde Geert Lauwers in de Lepelstraat in het grensgebied tussen Hombeek en Leest, zoals kan blijken uit een vermelding in 1517. Hij werd vermoedelijk geboren in 1440 te Meise4, en is daarmee één van de oudst bekende naamsvermeldingen Lauwers in de streek van Hombeek en Leest.

Genealogie Laurentii

Numquam solus incedes

 

 

Inhoud

Blog

Documenten

Foto's

Gezinnen

Stamboom

Startpagina

Thematisch

Verhalen

Verwante families

 

 

 

Voetnoten

 

1 Een verwijzing naar de hertogen van Brabant.

2 Bewerking van Marc Alcide uit Zemst.

3 vanaf de vroege middeleeuwen een ambtenaar in dienst van een landsheer. De naam komt van het Latijnse adjectief major, dat "grotere" of “oudere” betekent. Verwante titels waren drost, baljuw en villicus. Merk dat ook Willem Lauwers, begraven op 11 december 1626 in Grimbergen op 80 jarige leeftijd, als "villicus" werd genoteerd. Deze functie kwam dus ook later nog voor bij Lauwers in de omgeving.

4 Gielis Lauwers was één van de oudst vermelde meiseniers op 13 maart 1482. Hij woonde te Meise en werd door de stravers Adam Van Der Wesenhage en Gheert (...) voorgedragen. Vermoedelijk was de tweede straver Gheert Lauwers, vermeld als meier van Kapelle-op-den-Bos in 1520, geboren in 1440. Gezien de erfelijkheid van de titel, is het zeer aannemelijk dat Gheert Lauwers de vader was, en Gielis Lauwers zelf optrad als straver bij de zoons van Geerts broer Jan Lauwers. Adam Van Der Wesenhage, woonachtig te Meise, werd zelf genoteerd als meisenier op 3 april 1480.