Shield_VHC.jpg

 

 

Verhalen  - van 60 000 jaar geleden tot de Vikings

60 000 jaar geleden

Moderne wetenschap gaat soms hand in hand met genealogisch onderzoek. Via het DNA kan men geografisch traceren van waar de voorouders komen. Uit ons DNA blijkt dat de voorouders in mannelijke lijn afstammen uit Afrika. Deze voorouders migreerden tienduizenden jaren geleden via het Nabije Oosten naar het Zuidoosten van Europa, om via de Balkan in Noord-Europa uit te komen zo'n 15000 jaar geleden. De aanwezigheid in Vlaanderen is van recentere datum, en werd gedocumenteerd ongeveer 700 jaar geleden.

DNA onderzoek

Het DNA-onderzoek identificeert de Lauwens/Lauwers afstammelingen als behorende tot haplogroep I in mannelijke lijn (Y-chromosomen). De genetische kenmerken gaan terug tot 60 000 jaar geleden, naar de bekendste ‘merker’ van alle niet-Afrikaanse mannen, M168, de ‘Euraziatische Adam’, en volgt dan een stamlijn tot de hedendaagse afstammelingen die behoren tot de haplogroep M170, ook wel haplogroep I genoemd.  De Y-chromosomen volgen de merkers: M168 > M89 > M170.

11000 jaar geleden - Het verdwenen Doggerland

-12_000Doggersbank.jpgEen team van wetenschappers heeft een verborgen stuk van prehistorisch Europa in kaart gebracht. Doggerland, zoals het ‘Britse Atlantis’ wordt genoemd, ligt op de bodem van de Noordzee en strekte zich uit van Schotland en Denemarken tot aan Bretagne. Het gebied verdween tussen 18.000 en 5.500 vóór Christus onder water door de langzaam stijgende zeespiegel en een tsunami.

Wetenschappers hebben het onderzeese landschap Doggerland genoemd, naar een grote zandbank voor de Engelse kust. Doggerland (een enkele keer Doggersland genoemd) is vernoemd naar de Doggersbank. Dogger is een oud Nederlands woord voor een vissersboot waarmee op kabeljauw (oud Nederlands: 'dogghe') gevist werd.

“Uit onderzoek van 3D-reliëfkaarten van oliemaatschappijen waar we mee samenwerken, blijkt dat een groot gedeelte van het gebied was bedekt met ijs, zo’n 20.000 jaar geleden. Toen het ijs smolt, kwam meer land vrij, maar tegelijk steeg het zeewater. Het stijgen van de zeespiegel is dus niet nieuw, het is een cyclus die al dikwijls heeft plaatsgevonden op Aarde.”

Het onderzoek naar Doggerland loopt nog verder. De wetenschappers buigen zich onder andere over mogelijke menselijke grafheuvels, een mammoetmassagraf en intrigerende rechtopstaande stenen die op de zeebodem zijn ontdekt. Het is zeer waarschijnlijk dat er verwanten hebben gewoond in dit onder de zee verdwenen gebied. Het was een landmassa tussen de landstreken waar vroege voorouders voorkwamen, in wat nu Denemarken, het Verenigd Koninkrijk en de Nederlanden zijn.

Al in 1913 schreef de Britse paleo botanicus Clement Reid dat de Noordzeebodem archeologische voorwerpen moest bevatten waaronder oude menselijke resten. Destijds waren er te weinig mogelijkheden om de zeebodem goed te onderzoeken. Doggerland was een uitgestrekt gebied tussen Engeland en continentaal Europa. In periodes met een lage zeespiegelstand was dit gebied onderdeel van de droogliggende bodem van de Zuidelijke Noordzee. Dit was het geval tijdens elk glaciaal. De laatste keer vond dat plaats tijdens het Weichselien, de koude periode die zo'n 11.000 jaar geleden eindigde. Regelmatig vinden vissers in dit gebied botten in hun netten wanneer die over de zeebodem slepen, van mammoeten, leeuwen, neushoorns, hyena's en andere uitgestorven of uitgeweken dieren.

 

Vanaf 60 000 jaar geleden - Wat genetisch onderzoek ons leert

Ieder van ons draagt DNA die een combinatie is van genen geërfd van zowel moeder als vader, die onze fysische kenmerken, ons voorkomen, bepalen: kleur van de ogen, grootte, gestalte,… Eén uitzondering is het Y-chromosoom dat van vader op zoon onveranderd wordt geërfd, generatie na generatie. Onveranderd, tenzij een mutatie plaatsvindt: dit wordt een unieke ‘merker’ die toelaat doorheen generaties de afstamming in kaart te brengen. Het DNA Y-chromosoomonderzoek waaraan we deelnamen, liep in de schoot van een ruimer onderzoek van de Waitt Family Association met steun van de National Geographic Society. 

Het DNA-onderzoek identificeert de Lauwens/Lauwers afstammelingen als behorende tot haplogroep I 1. De genetische kenmerken gaan terug tot 60 000 jaar geleden, naar de bekendste ‘merker’ van alle niet-Afrikaanse mannen, M168, de ‘Euraziatische Adam’, en volgt dan een stamlijn tot de hedendaagse afstammelingen die behoren tot de haplogroep M170, ook wel haplogroep I genoemd.  De Y-chromosomen volgen de merkers: M168 > M89 > M170.

Soms is er meer dan één mutatie-element dat meespeelt in een specifieke genetische tak. Dit is het geval bij 20091101 (2)haplogroep I, waarvoor twee merkers kenmerkend zijn, of M170, of P19. Beide merkers komen altijd samen voor. Beide merkers kunnen dus worden gebruikt om de afstamming na te gaan.   Wanneer een merker wordt geïdentificeerd, wordt nagegaan wanneer deze het eerst voorkwam, en in welke regio in de wereld. Elke merker is in essentie het begin van een nieuwe tak in de familiestamboom van het menselijk ras. Die merkers gaan ver terug in de tijd, en nog niet alle merkers zijn geïdentificeerd om het plaatje volledig te maken. Vandaag de dag vindt men leden van deze haplogroep in het zuidoosten van Europa en centraal Europa, met relatief hoge concentraties onder de Scandinavische bevolking. Volgens sommige studies zouden 40 tot 50% van de noorderlanden van Scandinavië tot deze haplogroep behoren. Een  gelijkaardige frequentie van voorkomen vindt men onder de bevolking van het noordwesten van de Balkan 2 in de Dinarische Alpen  3, een bergketen in Zuid-Europa die door landen als Slovenië, Kroatië, Bosnië en Herzegovina, Servië en Montenegro, en Albanië loopt. Relatief hoge frequenties komen voor in sommige delen van Zuid-Frankrijk en in Normandië.

De vroegst bekende voorouder wordt geïdentificeerd via merker M168, ongeveer 50 000 jaar geleden, in Afrika. Deze zogenaamde ‘Euraziatische Adam’ leefde in de IJstijd in het warmere en vochtige klimaat van Afrika. Deze verre voorouder leefde meest waarschijnlijk in het noordoosten van Afrika, in de regio van de Grote Riftvallei, ook wel de “Grote Slenk” genoemd.

 

http://media-1.web.britannica.com/eb-media/05/19705-004-D83F9C95.jpghttps://c2.staticflickr.com/8/7162/6730696893_5404e504e7_b.jpgVolgens schatting ging het om een 10 000 individuen. Zij gebruikten stenen werktuigen, en er zijn vroege sporen van kunst en ontwikkelde conceptuele vermogens. Archeologisch en skeletonderzoek doen vermoeden dat de moderne mens anatomisch ontwikkelde in Afrika zo’n 200 000 jaar geleden, stelselmatig uit Afrika emigreerde en de rest van de wereld begon te koloniseren zo’n 60 000 jaar geleden. Op dit migratiemoment begint het verhaal van de voorouders van onze familie.

 

Deze verre voorouder leefde meest waarschijnlijk in het noordoosten van Afrika, in de regio van de Grote Riftvallei, ook wel de “Grote Slenk” genoemd, in het hedendaagse Ethiopië, Kenia of Tanzania, zowat 31 000 tot 79 000 jaar geleden. Wetenschappers houden het op meest waarschijnlijk 50 000 jaar geleden. Zijn nakomelingen werden de enige die de migratie buiten Afrika zouden overleven, waardoor hij de gemeenschappelijke voorouder is van iedere niet-Afrikaanse man die vandaag de dag leeft.

De Riftvallei of de Slenkvallei is bekend vanwege antropologische vondsten van de eerste mensen en aapmensen, vooral in de Olduvaikloof ("wieg van de mensheid").

http://2.bp.blogspot.com/-Kpe_UcqRuA4/TVmSibQtYUI/AAAAAAAAriA/pG9zr-P0LRM/s1600/481px-Map_of_Great_Rift_Valley_svg.png

Afbeeldingen: de Olduvai-kloof in Tanzania, 2006 

De moderne mens kwam als Cro-Magnonmens circa 40.000 jaar geleden naar Europa, maar bestond in Afrika al langer. Deze 'Afrikanen' worden wel gezien als voorlopers van de Neanderthaler en Cro-Magnonmens. Met de vondst van de twee schedels bij de Omo-rivier in 1967 werd deze theorie onderbouwd. Wetenschappers hadden deze twee schedels op 130.000 jaar gedateerd. Nieuw onderzoek lijkt aan te tonen dat twee schedels van Homo sapiens mogelijk veel ouder (195.000 jaar) zijn.

De Cro-Magnonmens was een latere tijdgenoot van de Neanderthaler. De Cro-Magnonmens verscheen blijkens archeologische vondsten ca. 40.000 jaar geleden in Europa. Hij is anatomisch niet te onderscheiden van de moderne mens, maar wel van de Neanderthaler die na zijn verschijnen langzaam zeldzamer werd en uiteindelijk uitstierf.

Vergeleken met de Neanderthaler was de Cro-Magnonmens qua lichaamsbouw tengerder en minder gespierd. Hij werd bekend door de merkwaardige beendervondsten in onder meer Cro-Magnon, Aurignac en La-Madeleine. Zijn gestalte was aanzienlijk groter dan die van de Neanderthaler, gemiddeld mat hij 1,75 m. tot 1,80 m. De schedels vertonen grotere verschillen met die van de Neanderthalers dan met die van huidige mensen.

De oerbetekenis van mens 4  komt overeen met de wetenschappelijke naam Homo sapiens (Latijn: "verstandige" of "denkende" mens). Het woord homo, hominis is mogelijk verwant met humus: "aarde, bodem". Het Franse homme wordt zowel gebruikt voor "mens" als voor "man", hetgeen het bekende woordenspel "Madame, vous êtes un homme" mogelijk maakt. Het Hebreeuwse adam: "mens" wordt wel verbonden met adamah: "aarde", hetgeen een parallel met homo oplevert. Dit alles verwijst naar de oude mythe dat de mens uit klei is gekneed.

 

De Afrikaanse IJstijd werd gekenmerkt door droogte eerder dan koude. Omstreeks 50 000 jaar geleden begonnen de ijskappen van Noord-Europa te smelten. Een periode van warmere temperaturen en hogere vochtigheid brak aan in Afrika. Delen van de onherbergzame Sahara werden bewoonbaar. De woestijn veranderde in een savanne, het wild breidde zijn territorium uit naar de aangroeiende groene corridor van graslanden. Onze voorouders volgden het goede weer en de wilde dieren waarop ze jacht maakten. In die periode evolueerde de intellectuele capaciteit van de ‘moderne mens’: verbeterde gereedschappen en wapens, het vermogen om vooruit te plannen, samenwerking, en een betere kennis om met natuurlijke bronnen en levensmiddelen om te gaan. Dit leidde tot migratie naar een nieuw territorium, dat werd geëxploiteerd, en waarbij andere hominiden of mensachtigen soms werden verdreven.

 

Zo’n 45 000 jaar geleden volgde een verdere uitwijking naar Noord-Afrika en naar het Midden-Oosten.

Naar schatting tienduizenden mensen bevolkten de halfdorre graslanden. Zij bewerkten steen, ivoor en hout. Deze voorouders met merker M89, komen voor in 90 tot 95% van alle niet-Afrikanen. De eerste mensen die Afrika verlieten, volgden een kustroute die uiteindelijk in Australië zou eindigen. Onze voorouders volgden evenwel de uitbreidende graslanden en kwamen in het Midden-Oosten en verder terecht. Zij behoorden tot de tweede grote migratiegolf uit Afrika.

Zo’n 40 000 jaar geleden veranderde het klimaat opnieuw. Het werd kouder en strenger. Droogte sloeg toe in Afrika en de graslanden werden woestijn. De volgende 20 000 jaar zou de Sahara route ontoegankelijk worden. Dit liet onze voorouders geen andere keuze dan of in het Midden-Oosten te blijven, of verder te trekken. Terugkeren naar het zuiden was geen optie meer. Terwijl heel wat nakomelingen van M89 in het Midden-Oosten bleven, volgden onze voorouders de kuddes buffels, antilopen en mammoeten 5  met ander wild naar het hedendaagse Iran, en een grote https://s-media-cache-ak0.pinimg.com/236x/81/ea/f9/81eaf97b20b3859922360dc1a3897f87.jpggroep migreerde naar de steppen van Centraal-Azië. Men zou de halfdorre graslanden als een soort oude snelweg kunnen bekijken, uitgestrekt tussen Oost-Frankrijk tot Korea. Deze voorouders migreerden vanuit het Noorden van Afrika naar het Midden-Oosten en vervolgens zowel naar het oosten als het westen (via de zogenaamde ‘Centraal-Aziatische snelweg’).

Afbeelding: vondsten van de Gravettiaanse cultuur

 

Het was een kleinere groep die er voor koos naar het noorden te verhuizen, naar Anatolië en de Balkan. Zij wisselden het traditionele grasland voor wouden en hoger gelegen land. Dit is de groep waarvan wij afstammen.

 

http://www.donsmaps.com/images28/venusiimg_1672sm.jpgZo’n 20 000 jaar geleden woonden onze voorouders in het zuidoosten van Europa, op het hoogtepunt van een nieuwe IJstijd. Het ging om honderdduizenden mensen, gerekend tot de Gravettiaanse cultuur, of ook Opper-Paleolitisch. Deze cultuur vertegenwoordigde een tweede technologische fase in het prehistorische West-Europa. Ze werd genoemd naar La Gravette in Frankrijk, waar heel wat nieuwe werktuigen werden gevonden ten opzichte van de voorafgaande Aurignac cultuur. Het Gravettiaanse wapentuig bevatte bijvoorbeeld smalle stenen bladen gebruikt voor de jacht op groot wild. Deze cultuur werd ook gekenmerkt door weldadig kraswerk op rotsen en afbeeldingen van volronde vrouwen – die ook wel eens ‘Venus’ figuren werden genoemd (zie foto: een bekende 'Venus' uit de Gravettiaanse cultuur is het Venusbeeld van Willendorf). Het kleine beeldhouwwerk, vaak niet groter dan een hand, stond in het teken van vruchtbaarheid, en beeldde vaak zwangere vrouwen uit. Mogelijk ging het om godinnen.

Onze vroege Europese voorouders gebruikten gezamenlijke jachttechnieken, creëerden schelpenjuwelen, en gebruikte beenderen van mammoeten om hun huizen te bouwen. Recente vondsten wijzen er op dat deze Gravettiaanse voorouders de kunst verstonden om kleding te weven met natuurlijke vezels, al zo’n 25 000 jaar geleden, lang voor de veronderstelde ‘uitvinding’ van weefkunst die tot voor kort werd gesitueerd ongeveer 10 000 jaar geleden.

De voorvader die de merker M170 toevoegde aan het DNA, werd zo’n 20 000 jaar geleden geboren. Hij moet geboren zijn in één van de geïsoleerd  levende gemeenschappen die de laatste trekken van de IJstijd wisten te overleven. Dat was vermoedelijk in de Balkan.

 

Dinara Knin Croatia.jpgFoto: De hoogste berg van de Dinarische Alpen is de Dinara en ligt in de provincie Split, noordelijk van Split en Šibenik in Kroatië. De Dinara is 1.831 meter hoog.

De ijskappen die het grootste deel van Europa bedekten, begonnen te smelten zo’n 15 000 jaar geleden. In die periode koloniseerden onze voorouders Noord-Europa. Uit deze lijn kwamen de Vikings voor. Het genetisch onderzoek toont aan dat de Lauwens/Lauwers families in de mannelijke lijn verwant waren met 'Noormannen'.

Het waren vooral Deense Vikings die Vlaanderen aandeden, alsook Engeland, Frankrijk (Normandië) en Nederland; de Zweedse Vikings spitsten zich toe op het Oosten, en zouden hun naam geven aan het grootse gebied dat zij aandeden ('Rus'-land). Er zijn meldingen van plunderingen te Antwerpen in 836, waarna de Rupelstreek, Gent, Kortrijk, Doornik, Leuven en de Maasstreek volgden.  De Vikings hielden thuis op de Britse eilanden en in het Zuiden van Frankrijk, en dat is de verklaring voor het voorkomen van genetisch verwanten in ondermeer de Keltische bevolking en in het Zuiden van Frankrijk.

De nederzettingen aan de Franse kust leidden tot de naam "Noormannen- gebied", of "Normandië". De naam Normandië werd overigens pas in 911 gegeven toen Karel III, koning van toenmalig Frankrijk, het gebied afstond aan Rollo, leider van een dreigende Vikingmacht. Willem de Veroveraar (1027 - 1087) was - hoewel een 'bastaard' - een afstammeling van Rollo. Zijn vader was Robert I, Hertog van Normandië en Arlette, zijn moeder, was de dochter van een tinbewerker. Willem zelf huwde Mathilde, een dochter van Boudewijn V, Graaf van Vlaanderen. Op 28 september 1066 versloeg hij de troepen van de Engelsman Harold bij Hastings en toen lag voor hem de weg open naar de Engelse kroon. In het leger van Willem de Veroveraar bevonden zich overigens heel wat Vlaamse krijgslieden. In het gevolg van de Normandiërs emigreerden heel wat Vlamingen in de 11e eeuw naar Engeland 6. Ook in Brugge hadden de Noormannen een "brygghia" of "aanlegplaats" gemaakt van waaruit ze het binnenland plunderden.

https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/thumb/7/71/Territories_and_Voyages_of_the_Vikings_blank.png/1280px-Territories_and_Voyages_of_the_Vikings_blank.png

Hier eindigt het geneografisch onderzoek. De voorouders van de Lauwens en Lauwers families in onze stamlijn, begon, althans langs vaderlijke lijn, lang voor de eerst geïdentificeerde voorouders in de 13e eeuw in het Graafschap Vlaanderen en het hertogdom Brabant, bij nakomelingen van de Vikings in wat nu België is.

 

 

 

 

 

Genealogie Laurentii

Numquam solus incedes

 

 

Inhoud

Blog

Documenten

Foto's

Gezinnen

Stamboom

Startpagina

Thematisch

Verhalen

Verwante families

 

 

 

Voetnoten

 

1 De precieze haplogroep typering is volgens genetische studies I1a, en die is vooral uitgesproken aanwezig bij 35% van de bevolking van Noorwegen, Zweden en Denemarken, en vervolgens afnemend aanwezig in de omringende Germaanse wereld, in de Oeral en bij de Keltische bevolking. Een grotere variëteit van I1a chromosomen ('bouwstenen') komt voor bij Fransen en Italianen, ondanks de lage frequentie van de haplogroep I1a bij moderne Fransen en Italianen. De haplogroep R is dominanter aanwezig in traditionele Germaanse gemeenschappen. De Angelsaksische I1a variant komt dan weer frequent voor in Noord-Duitsland, Denemarken, de (andere) Lage Landen (waaronder Vlaanderen en Nederland), de Britse eilanden en Normandië. De Noorse I1a variant is frequenter in Zweden, de Noors-Bothnische variant in Finland, en de ultra-Noorse variant in Noorwegen. Enkele genetici gaan er overigens van uit dat eerder de Haplogroep R1a de 'echte' Viking haplogroep zou zijn. De haplogroep I vindt bijna exclusief zijn oorsprong in Europa. De frequentie van subhaplogroep I1a is blijkens recent onderzoek o.m. 5,3% in het Zuiden van Frankrijk, 11,9% in Laag Normandië (FR), 5,6% in Zwitserland, 25% in Duitsland, 16,7% in Nederland, 10,9% in Slovenië, 8% in Macedonië (Noord-Griekenland), 35,7% in Zuid-Zweden, 26,3% in Noord-Zweden, 38,9% in Noorwegen, 28,6% in Finland, 14,8% in Estland, 5,8% in Polen, 4,5% in Tsjechië en Slowakije, 9,9% in Hongarije en 5% in Vlaanderen (hoogste percentages). Het Iberisch schiereiland, Zuid-Frankrijk en de Oekraïne / Centraal Russisch Plateau worden vermeld als mogelijke oorsprongsstreek van de Scandinavische nazaten van subhaplogroep I1a. Sommige studies gaan er van uit dat deze subhaplogroep een zeer typische Deense, Vlaamse en Angelsaksische groep is die ook frequent voorkomt aan de kusten en in het noorden van Nederland. Althans één studie die de subhaplogroep verder verdeelde in I1a#20, gaat er van uit dat deze (zeer verwante) subsub haplogroep frequent voorkomt in Noord-Spanië, Noord-Italië en Centraal Europa, en koppelt dit voorkomen aan de bewegingen van de Goten. De hoogste frequentie komt voor in West-Noorwegen, met hoge voorkomens in Parijs en Normandië, als een typische "Noorman" signatuur.

2 "Balkan" is een Turks (Ottomaans) woord dat "beboste berg" betekent.

3 De Alpen zijn ontstaan tijdens de Alpine-plooiingsfase, als gevolg van het op elkaar botsen van het Europese en Afrikaanse continent. In dezelfde periode zijn bijvoorbeeld ook de Pyreneeën ontstaan. Het zuidelijk uiteinde van de Alpen loopt door in de Apennijnen; het oostelijk uiteinde vertakt zich: één tak zet zich voort in de Karpaten, de andere in de Dinarische Alpen. Daar het gebergte een grote boog beschrijft, spreekt men ook wel van de Alpenboog.

4 Het woord "mens" (Duits Mensch, Zweeds människa, Deens menneske) is een variant van "man" (Duits Mann, Engels man), die uiteindelijk teruggaat op een Indo-Europese stam *man-: "denken" of *ma-: "meten". Deze stam treft men aan in Latijn mens, mentis: "geest, verstand" (vergelijk Engels mind), memoria: "geheugen, herinnering", Grieks menos: "geest", mnèmè: "geheugen", Sanskriet man-: "denken, geest", Russisch mnit' "menen, denken". In het Oud-Indisch bestaat tevens Manu: "(oer-)mens", modern Hindi manusha: "mens, man".

5 Mammoeten verspreidden zich gedurende het Vroeg-Pleistoceen vanuit Afrika over Eurazië en Noord-Amerika. De vacht van deze mammoeten was zwart gekleurd, dit in tegenstelling tot veel afbeeldingen van deze dieren met een rode vacht. De rode kleuring van de haren is veroorzaakt door een chemische reactie na de dood. Ongeveer 10.000 jaar geleden stierf de toendramammoet uit met uitzondering van een kleine groep op het Poolzee eiland Wrangel die het totale verdwijnen van de soort nog 4.000 jaar uitstelde. Mogelijk heeft overbejaging door de mens aan zijn definitieve uitsterven bijgedragen.

6 De Lauwereyns familie uit de 13e eeuw in het graafschap Vlaanderen, blijkt verwant met de, van oorsprong Normandische, Lawrence families uit Engeland. Het lijkt er op dat de eerst gedocumenteerde stamouder in het graafschap Vlaanderen, kruisridder Odin  Lauwereyns van Diepenhede, die ik 1247 in Brugge huwde met Johanna Van Velthuysen, verwant was met Robert Lawrence (vanaf 1191 van Ashton-Hall of ‘van Lancashire’), die in 1187 als kruisridder de Engelse koning Richard ‘Coeur de Lion(Leeuwenhart) vergezelde naar Cyprus en Palestina. Die verwantschap blijkt ook uit de emigratie van de achter-achterkleinzoon van Odin, Robert Lauwereyns, naar Engeland omstreeks 1330, waar hij werd vermeld als Lawrence. Vergelijkend DNA-onderzoek van Haplogroep Ia van de Lawrence van Lancaster familie lijkt dit eveneens te bevestigen, maar de precieze relaties zijn tot nu niet aangetoond.

 

20151128_092350.jpgViking bodemvondsten van de 7e-9e eeuw uit het Oostzeegebied: fibula, kruisjes en riembeslag. (Privé collectie Laurentii)