StamboomLaurentii.jpg

 

 

Verhalen - 1247 - Wie waren de voorouders van Odin Lauwereyns van Diepenhede?

 

Het geneografisch onderzoek 1 van de mannelijke afstamming toonde een afkomst van (Deense) Vikings aan, en dat lijkt te worden bevestigd in de voornaam van de oudst bekende stamouder van de Laurentii in Vlaanderen en Brabant. Er zijn diverse sporen naar de voorouders van Odin Lauwereyns en vermoedelijk moeten we op zoek naar een combinatie van deze sporen.

 

20130929VikingThing (2).JPG20130929VikingThing (13).jpg20130929VikingThing (28).jpg

In de "Viking Thing" in Elewijt het weekend van 4 en 5 oktober 2013 bracht een internationale groep van re-enacters het leven van de Vikings in beeld.

 

De heren van Cadsant

Het familiewapen gevoerd door Odin Lauwereyns van Diepenhede in 1247, zou afgeleid zijn van het wapen van de heren van Cadsant 2. De precieze achtergrondkleur van het wapen wordt niet beschreven, en dus gingen we er tot nu van uit dat dit keel (rood) was. Dat is immers de kleur is die in latere wapenschilden terugkeert. Het wapen van de heren van Cadsant had als achtergrondkleur evenwel sabel (zwart), maar de onderlaag bestond uit keel. Het lijkt niet onwaarschijnlijk dat het verduurde oorspronkelijke wapen tot de latere interpretatie van een keel achtergrond leidde. Maar zijn er dan ook redenen om aan te nemen dat de families verwant waren?

1247b.jpgOpvallend is dat er drie zilveren zwanen voorkomen in het oudste schild van Lauwereyns. De heren van Cadsant droegen een wapenschild van sabel (zwart) met drie zilveren zwanen al vanaf het begin van de 10e eeuw. De tak Heindricx stamt van hen af en draagt het vandaag nog steeds. De zilveren zwanen duiden op adel en het aantal drie op de Drievuldigheid.

16E_DeBaenst.jpgAfbeeldingen: het wapen van Odin Lauwereyns van Diepenhede in 1247 in Brugge, en het wapen van de familie DeBaenst in Brugge.

De familie de Baenst voegde de dwarsbalk toe en plaatste de drie zwanen erboven (zoals later ook  bij Lauwereyns). Het hof van St.-Joris te Brugge werd door Jan III de grootvader van Margaretha de Baenst gebouwd. Zij verkocht het aan Hieronymus Lauwereyns. De wapenschilden van de Baenst werden noch door Hieronymus noch door zijn nazaten verwijderd, wat erop wijst dat er respect was tussen de families en mogelijk een bloedband. Hieronymus had ook de dijkrechten van de Waterlanden gekocht aan de vader en de achterneef van Margaretha toen Anthony stierf en het project (dijkrechten van Assenede tot Cadzand) te groot werd. Het zou logisch zijn dat men bij voorkeur aan familie verkocht want er was voor dergelijke werken veel samenwerking nodig. De Lauwereyns familie behield alleszins relaties met Cadzand. In 1494-1496 was Jacques Lauwereyns schatbewaarder van o.m. Koksijde en Cadzand.

De heren van Cadsant stammen volgens de overlevering in rechte lijn af van de koningen van Wales, die op hun beurt afstamden van Deense Vikings. De eerste heer van Cadsant werd door de graaf van Vlaanderen omstreeks 820 op het eiland geïnstalleerd om de noordergrens te beschermen tegen (andere) invallende Noormannen. De titel Heer van Cadsant werd opgeheven begin 13de eeuw en de kinderen kregen nieuwe familienamen. De nazaten van Willem van Cadsant die op het kasteel Baenst woonden, werden "de Baenst" genoemd, de nazaten van Hendrick van Cadsant 0700krt.jpgzouden de naam Heindricx aannemen 2. De Lauwereynsen lijken een derde tak van afstamming te vertegenwoordigen.

Afbeelding: het vroegere eiland Cadzand in de 9e eeuw.

Op de kruistocht van 1096 met Godfried van Bouillon vergezelde Antonie van Cadsant Robert van Vlaanderen. Dit was 150 jaar (6 generaties) vóór de kruistocht van Odin Lauwereyns. Antonie was volgens sommige bronnen een afstammeling van 'een lerschen koning' [de koningen van Wales nvdr.], die in de 9e eeuw, na een geschil met een der koningen van Engeland, was uitgeweken, en die te Rodenburg (nu Aardenburg in Zeeuws Vlaanderen) aan wal kwam. De voorouder van Antonie ('Iago ab Cadfan') kreeg van Liederik de Buck, 'den forestier van Vlaanderen' [zie afbeelding: Liederik II afgebeeld in de Flandria illustrata uit 1641], goederen te Casant (Cadzand), waar hij een slot bouwde en het recht ontving om munt te slaan. Bij de strooptochten van Noormannen werd dit kasteel verwoest omstreeks 874 en de zoon (Frederik) en kleinzoon (Acturus), toen heer van het eiland Casant, werden gevangen weggevoerd door de Deense Viking Rollo.

Liederik_II.jpgDe (klein-)zoon, vader van Antonie, werd door Rollo afgestaan aan de koning van Frankrijk en huwde de dochter van de hertog van Suffolk. De oudste zoon van Antonie zou het slot, eerder een versterkte hoeve, herbouwen. Er is melding van de bouw  van een hoeve op Cadzand tussen 1050 en 1112 met de naam Burggravensteen. Antonie voerde naar verluid in zijn wapenschild een dwarsbalk, met drie merlettes in het schildhoofd en nam later dat van een  door hem overwonnen Saraceens kampvechter aan; zijnde een rode arm of mouw, de hand gevuld met een zon of maan.

In de lijst van edelen in het graafschap Vlaanderen onder Lodewijk van Male (1346-1384)komen voor: Meester Eustaes Lauwaert, Messire Jehan de Baenst, Jan van Casant (Cadzand). De naam Lauwereyns/Laurin kwam in die schrijfwijze enkel voor in documenten van de Franse adel.

De geschiedenis van Cadzand tussen de 8e en de 16e eeuw

Cadzand (West-Vlaams: Kezand) is een dorp, gelegen in het uiterste westen van de provincie Zeeland in Nederland. Het dorp telt 790 inwoners (2010). In 1970 hield de gemeente Cadzand op te bestaan. Ze werd opgenomen in de gemeente Oostburg. Sinds 2003 is Cadzand een deel van de gemeente Sluis. Tot Cadzand behoort ook Cadzand-Bad.

CadzandSituering: NL, Provincie Zeeland, deelgemeente van Sluis

De geschiedenis van Cadzand gaat terug tot de vroege Middeleeuwen, toen het Oude Land van Cadzand al bewoond was. Dit was een min of meer rond eiland dat omsloten was door zeegeulen en geleidelijk uitgebreid werd met nieuwe polders die om het eiland heen lagen. Het cirkelvormige dijkenpatroon is nog altijd aan te treffen.

Oorspronkelijk groeide het eiland als een zandplaat in de luwte van de eilanden Wulpen en Koezand die zich zeewaarts ten opzichte van het huidige Cadzand bevonden. Wulpen zou al omstreeks 700 bewoond zijn. De eerste bewoners van het Eiland van Cadzand hebben zich er vermoedelijk omstreeks 1050 gevestigd. Het was een domein van de Graven van Vlaanderen. Deze gaven de opdracht tot bedijking. Deze vonden plaats door middel van kaden, dijkjes van slechts 1 meter hoog. Het eerste Cadzand in de gemeente Sluispoldertje heette Roffoelkin en daaromheen ontstonden nieuwe poldertjes. Tussen 1050 en 1112 werd de hoeve gebouwd die Burggravensteen heette.

Enkele jaren voor 1089 werd de parochie Cadzand gesticht vanuit Aardenburg. Een houten Mariakerk moet omstreeks 1100 aanwezig zijn geweest. In 1177 spreekt men van de Kerkpolder. De kerk was ondergeschikt aan de Sint-Baafsabdij van Gent. De abdij bezat  het patronaatsrecht en het tiendenrecht. De stenen kerk moet vanaf 1250 zijn gebouwd maar van haar vroegste geschiedenis is weinig bekend. In 1231 werd een verzoek gericht aan de Sint-Baafsabdij om naast een pastoor ook een kapelaan aan te stellen, want Cadzand had geen geestelijke wanneer de pastoor het eiland had verlaten en stormweer zijn terugkomst had verhinderd.

In 1111 was er een stormvloed, en in 1112 werden de kaden verhoogd tot dijken van 3,50 meter hoog. Om dat te doen, moest aarde van het vasteland worden aangevoerd. De naam Oudelandpolder kwam in zwang voor het omdijkte gebied. Men maakte zo onderscheid met nieuwere polderts die in de latere Vierhonderdpolder en Tienhonderdpolder waren aangelegd. Vanaf 1115 hadden de abdijen interesse in deze landaanwinst. Dat waren de Abdij Onze-Lieve-Vrouw Ten Duinen te Koksijde, de Onze-Lieve-Vrouweabdij te Broekburg, de Abdij Ter Doest te Lissewege, de Sint-Pietersabdij te Oudenburg en de Sint-Nicolaasabdij te Veurne. In 1189 schonk Leonius de Cazant zijn leen aan de Sint-Baafsabdij van Gent. In opdracht van de Sint-Baafsabdij werd vanaf 1250-1300 een eenbeukige Romaanse kerk gebouwd in gele Vlaamse baksteen. In deze periode zijn er berichten over veerdiensten die werden onderhouden tussen Wulpen, het Eiland van Cadzand, en het vasteland. Het Sint-Marie Veere was gratis.

Op 30 mei 1213 werd Damme door de Fransen geplunderd. Daarna verloren de Fransen een zeeslag tegen de Engelsen in de Sincfal, tussen Knokke en Cadzand. In de daarop volgende jaren vonden er stormvloeden plaats. In 1295 was er een conflict tussen graaf Floris V van Holland en de Vlaamse graaf Gwijde van Dampierre over de heerschappij over Zeeland. De Hollanders verwoestten toen Sluis en Cadzand. Op 28 maart 1303 leidde Willem 's-Gravenzoon een plundertocht naar Walcheren. Willem III van Holland nam wraak en trok vanuit Arnemuiden op naar Terhofstede op het eiland van Cadzand. Brugge had soldaten gestuurd om Cadzand te verdedigen, maar van een aaneengesloten dorp was nog geen sprake. De troepen van Willem vertrokken dezelfde dag weer.

De 14e eeuw was onrustig omdat zowel de Franse als de Engelse vloot regelmatig binnenviel. In 1337 begon de Honderdjarige Oorlog en vielen de Engelsen Frankrijk vanuit het noorden aan. Ze bezetten het Eiland van Cadzand en versloegen tijdens de Slag bij Cadzand het daar samengetrokken Franse leger onder leiding van Lodewijk II van Nevers. Daarna werd Cadzand geplunderd. Ook in 1338 vonden plunderingen door de Engelsen plaats. De Vlamingen kozen de Engelse zijde om de toevoer van Engelse wol veilig te stellen. Op het Eiland van Cadzand werden opnieuw Franse troepen gelegerd om de Engelsen tegen te houden. Op 24 juni sneuvelden 25.000 soldaten. De Engelsen wonnen, samen met de Vlamingen, en hingen de Franse leider, Nicolas Béhuchet, op aan een scheepsmast. Uit wraak sloegen de Fransen aan het moorden, verkrachten en plunderen op het eiland.

 

Meerdere opstanden, zoals de Opstand van Kust-Vlaanderen van 1323-1328, bleken desastreus voor de economie. In 1384 landden de Engelsen opnieuw op het eiland om Gent te ontzetten dat werd belegerd door Brugge, Sluis en Aardenburg. In 1404 landden de Engelsen op het Eiland van Cadzand om van daar uit het Brugse Vrije aan te vallen. Vanaf het eiland organiseerden ze plundertochten. Nog in 1405 vonden plunderingen plaats, na een vergeefse poging van de Engelsen om Sluis in te nemen. De situatie verbeterde er niet op, onder meer door dijkdoorbraken in 1394 en 1398 en door stormvloeden zoals de Sint-Elisabethsvloed van 1404 en de stormvloeden van 1471, 1477 en 1497. Ondanks deze tegenslagen, werd er nog ingepolderd en herdijkt. De Tienhonderdpolder in 1402, de Vierhonderd Beoosten Terhofstedepolder in 1404, de Strijdersgatpolder in 1415 en de Zandpolder in 1423 werden (her-)aangelegd. Het darinkdelven 3 maakte de schade bij de stormvloeden evenwel groter.

De militaire situatie bleef ongunstig. Men begeleidde vissersboten met konvooischepen om de Engelse en Franse kapers te bestrijden. Nadat Filips de Goede getracht had om de Engelse basis te Calais te veroveren, sloegen de Engelsen terug en vielen ze Sluis opnieuw aan. In 1439 sloot Filips vrede met de Engelsen. In 1453 landden dan de Fransen opnieuw op Cadzand. Tijdens de Vlaamse Opstand tegen Maximiliaan (1482-1492) werd Cadzand in 1491 ingenomen door Maximiliaan I van Oostenrijk om de handel over het Zwin stil te leggen. De troepen plunderden en stichtten brand. In 1492 werd de Vrede van Cadzand getekend. De economie ondervond verder niet alleen hinder van stormvloeden, maar ook door de aanvallen door Schotse zeerovers.

Hierna ving de Tachtigjarige Oorlog aan. In 1572 namen de Watergeuzen Vlissingen in en begonnen van daar uit te plunderen. Oorspronkelijk door Spaanse troepen bezet, hielden de Geuzen uit Vlissingen regelmatig rooftochten op het eiland, die landgangen werden genoemd. In 1582 werd vanuit Cadzand verzocht om een predikant, maar sinds 1587 had Parma de streek weer op de Staatsen veroverd en was ook Cadzand weer Spaans. Door de inundatie van 1583 liepen vele van de polders onder water en werd het Oude Land van Cadzand weer geheel door zeegeulen omgeven. Pas decennia later werd er op grote schaal heringedijkt. Het Eiland van Cadzand raakte ontvolkt. Er huisden wolven. De Spanjaarden bouwden in 1593 een fort in Cadzand en in 1598 werd Fort Terhofstede opgericht. In 1602 werd de Grote Sint-Annapolder drooggelegd en werd het eiland van Cadzand met dat van Groede verbonden.

Verwantschap met de Lawrence families van Engeland?

"Lauwerens" klinkt als een Vlaamse variant op het Engelse "Lawrence". We weten dat er relaties waren met Engelse families. Onder meer de achterkleinzoon van Odin, ridder Robert Lauwereyns, vermeld in Brugge in 1330, vertrok naar Engeland en ook een vergelijkend DNA-onderzoek wijst op een mogelijke genetische verwantschap met de Lawrence families van Lancashire. In deze periode is er in de stamboom van Lawrence onzekerheid over de afkomst van een Robert Lawrence4. Op de kruistocht met Richard Leeuwenhart in 1187 is er sprake van een Robert Lawrence (van Lancaster) in het gevolg van de Engelse koning. Dit was 60 jaar (2 generaties) Lawrence_familiewapen.jpgvoor de kruistocht van Odin Lauwereyns wiens wapen, met de verwijzing naar de Heilige Drievuldigheid en eerdere kruistochtexploten, vermoedelijk ouder waren dan Odin zelf. Van deze Robert Lawrence weten we dat hij per boot via Cyprus naar Palestina trok en er deelnam aan het beleg van Akkabar. Hij wist zich te onderscheiden - volgens de legende omdat hij met vier anderen de muren beklom en de stadspoorten opende, of omdat hij de eerste was om de kruisvaardervlag te hijsen - waardoor hij door koning Richard in 1191 tot ridder werd geslagen en in het bezit kwam van Aston Hall5. Volgens nog een andere bron werd deze Robert Knight-Banneret, een militair ridderschap van de hoogste orde in de middeleeuwen.

Afbeelding: het wapen van de ridder Robert Lawrence van Lancaster in 1191 nadat hij de Engelse koning Richard "Leeuwenhart" vergezelde op de kruistocht van 1187.

De kruisridder Robert Lawrence van Lancaster voerde voor het eerst een zilveren wapen met een keel (rood) kruis bestaande uit takken. De naam "van Lancaster" kwam toen nog vaker voor dan de familienaam Lawrence die pas in de 13e-14e eeuw in voege kwam. Het devies “Ad Laurum non aurum” (begin 13e eeuw – “Onversaagd in moeilijke tijden”) van Odin Lauwereyns, zou in latere eeuwen bij de familie ook onder de vorm “Viritus Inarduo(einde 13e eeuw - “Dapperheid in moeilijke omstandigheden”) behouden blijven. Dit devies is gelijkaardig met enkele deviezen van Lawrence in Engeland, maar het familiewapen van deze Lawrence families van Lancashire had een heel ander uitzicht.

De koningen en prinsen van Wales

Een populair lied van Dafydd Iwan "Yma O Hyd"6 bezingt dat het volk van Wales nog steeds bestaat sinds de tijd van Macsen Wledig in de 5e eeuw. Dit is de Welshe naam van de Romeinse veldheer Magnus Maximus die gouverneur was van Brittannië die het eiland verliet, waarna het rijk van 'Bretoense' Wales ontstond naast het Germaanse Engeland en het Keltische Schotland7. Bretoense koninkrijken overleefden enkel in Strathclyde, Cornwall en Wales en van een eerste eengemaakt koninkrijk Wales kan allicht pas worden gesproken vanaf Rhodri Mawr "de Grote" (820-878), Huwel Dda "de Goede" (890-950), Gruffud app Llywelyn (1039-1063), Llywelyn ap Iorwerth "de Grote" (1194-1240) en Llywelyb ap Gruffudd (1248-1282). Rhodri Mawr was de eerste die de titel van koning voerde van Wales tussen 844-878, kort nadat Egbert, koning van de West Saxen en later van Kent, de eerste koning van de Angels werd tussen 829-830. Rhodri was een zoon van Merfyn Frych en was aanvankelijk koning van Gwynedd tot 844 na zijn vaders dood, koning van Powys tot 855 na de dood van zijn nonkel en van Seisyllwg na de dood van zijn schoonbroer in 872. Rhodri verdedigde zijn gebieden tegen de Deense Vikings en de Engelsen. Hij werd gedood in 878 bij een veldslag tegen de Engelsen van Mercia. Zijn kleinzoon Hywel ap Cadell ap Rhodri herstelde de eenheid vanaf 904, en bij de unie met Gwynedd en Powys in 942 was Wales bijna volledig terug verenigd met uitzondering van Glamorgan. Hywel zou vooral bekend blijven voor de manier waarop hij de wetten van Wales consolideerde, ontstaan uit oude gebruiken, met bouwstenen als genade, gezond verstand en de bescherming van de rechten van vrouwen en kinderen8.

De enige die alle oude koninkrijken van Wales wist te verenigen tussen 1055-1063, was Gruffudd ap Llywelyn (1007-1063) ondanks het feit dat het Welshe volk al vijf eeuwen een gemeenschappelijke taal, cultuur, geschiedenis, religie en wetgeving deelde. Hij was een zoon kleinzoon van Maredudd ab Owain, de koning van Deheubarth, en zoon van Llywelyn ap Seisyllt, die over Gwynedd heerste. Hij veroverde andere delen van Wales9 en land van Offa's Dyke op Engelsen die zich daar hadden gevestigd. Gruffudd hield hof in Rhuddlan, maar zou verslagen worden door Harold, graaf van Wessex. Hij werd vermoord door een Welshman.

Llywelyn ap lorwerth (1173-1240) zou ruim een eeuw later de grootste koning van Wales worden. Nadat hij in 1202 zijn voordeel had gedaan door de onderlinge strijd van zijn nonkels en over Gwynedd heerste, volgden Deheubarth na de dood van Lord Hys, en Powys. In 1205 huwde jij Johanna, de dochter van koning John van Engeland, en trok hij met zijn schoonvader ten strijde tegen koning Willem van Schotland. Koning John verraadde hem echter en trok Gwynedd binnen, waardoor Llywelyn zich in de westelijke bergen moest verschuilen. Doordat koning John onenigheid kreeg met zijn baronnen, en met de paus, heroverde Llywelyn het noorden en in 1216 werd hij erkend als Overlord door het Welshe parlement, ook door Hendrik III van Engeland in 121810. Hij zou de geschiedenis ingaan als een markant diplomaat en militair strateeg - herziening van de wetten van Hywel Dda, verbetering van de administratie in Wales, goede relaties met de paus en de Engelse kerk - en zou sterven als monnik in het klooster van Aberconwy in 1240. De laatste koning werd Llywelyn ap Gruffudd (1246-1288) die het rijk aan zijn zoon Dafydd wilde overlaten. Dafydd werd echter tot overgave gedwongen door de Engelse koning Hendrik III en Llywelyn ging de strijd aan door Engelse bolwerken aan te vallen. Llywelyn nam in 1258 de titel "Prins of Wales" aan en werd hierin erkend door de andere Welshe heersers11. De overmacht van de Engelsen was evenwel niet meer te ontkennen. Llywelyn verloor de heerschappij over de landen ten oosten van de Conwy en werd in 1282 vermoord door Engelse soldaten en Llywelyns hoofd werd in Londen op een staak geplaatst en tentoongesteld als verrader.

Zaamslag en Diepenhede

 

We weten verder dat Odin Lauwereyns in 1247 de titel "heer van Diepenhede" voerde. Diepenhede is een afleiding van Diepenée/Diepene, één van de drie gebieden van het voormalige eiland Zaamslag (Saemslagh). Het eiland bestond drie gebieden : Othene, Diepene en Aendyke. Het deelgebied Diepenhede bestond uit opgeworpen en gewonnen polderland en lag volledig aan de Schelde. Het is nadien verzwolgen en nooit echt hersteld, toen in 1404 de dijken om oorlogsredenen werden doorgestoken om Zaamslag te vernietigen.

 

Afbeelding: kaart met meldingen van voorouders rond de Vikingtijd. Uit de moederparochie Aardenburg komen Cadesant, Hannekenswerve (bij Draaibrug) en Lammensvliet (het latere Sluis) voort.  Deze parochies zijn enkele jaren vóór 1089 gesticht.

 

12e-13e eeuw Saemslagh / Diepenhede

 
De Torenberg was het kasteel van Zaamslag, gebouwd/herbouwd in 1193. Men houdt er rekening mee dat de motte van de Torenberg gevormd is in de vroege middeleeuwen. Dat zou ongeveer in de Vikingtijd vallen. Eén van de indicaties van blijvende verwantschap van Lauwer(eyn)s met de heren van Saemslagh, vinden we bij meisenier ('vrije man') Rombout Lauwers die in 1620 in Grimbergen huwde met Katrien Verlinden. Rombout werd vermeld als "colonus di Saemslagh". In 1620 was Zaamslag al lang niet meer in handen van de oorspronkelijke familie, en in de 16e eeuw was het land in handen gekomen van de familie Van Heetvelde (die in het hertogdom Brabant resideerden) en achtereenvolgens door huwelijken van dochters in handen van de families de Quarré, de Fourneau. Zaamslag verdween door oorlogshandelingen onder de golven en werd in 1646 als verdronken land verkocht aan Jan Melis, de heer van Saeftinghe.

Genealogie Laurentii

Numquam solus incedes

 

 

Inhoud

Blog

Documenten

Foto's

Gezinnen

Stamboom

Startpagina

Thematisch

Verhalen

Verwante families

 

 

 

Voetnoten

 

1  Deelname aan het genealogisch DNA-onderzoek op mannelijk Y-chromosoom door Lauwens bij National Geographic / Waitt Society. 

2 Blijkens onderzoek van Rigo Heinderickx uit Brugge. Het gaat hier om een stelling die (nog) niet kan worden gestaafd.

3 Darinkdelven is het afgraven van moer, ooit door de zee overspoeld veen, om daaruit door verbranding zout te kunnen winnen. De zoute laag in de bodem wordt darink genoemd, of ook wel 'derrie'. Deze grond werd los gestoken en verbrand, waarna de as werd gekookt zodat het zout achterbleef en kon worden verzameld.

 

Afbeelding: darinkdelvers aan het werk, De verschillende stappen in dit proces, dat ook wel selnering wordt genoemd, zijn afgebeeld op een schilderij uit ca. 1540 in het stadhuis van Zierikzee

4 Zie stamboomonderzoek Lawrence van Somerby, die de vader mist bij de geboorte van een Robert Lawrence omstreeks 1350. Deze Robert huwde Margaret Holden, de dochter van Holden van Lancashire. Ook in Brugge is de voornaam van de vader van Robert Lauwereyns, gehuwd met Mathilde van Alsemberghe, niet bekend. De Engelse Robert Lawrence was er verwant met Edmund Lawrence, gehuwd met Alice van Cuerdale, een plaats bekend als vestiging van Vikings in Engeland van welk de naam zowel Angelsaksische als Noorse elementen bevat.

5 Volgens de eerder geloofwaardige, want beter gedocumenteerde, beschrijving van Schuyler kwamen de Lawrences pas een eeuw na de kruistocht in het bezit van Ashton Hall, met een eerste vermelding in 1292 toen Lawrence van Lancaster aanspraak maakte op gronden in Skerton. In de aanspraak werden de eerste drie generaties vermeld, te beginnen met Roger van Lancaster, Lawrence en diens zoon Jan, die als eerste de familienaam aannam omstreeks 1324. De verwantschap met de eerder vermelde Robert Lawrence is zelfs niet aangetoond. Roger van Lancaster was volgens sommige bronnen de onwettige zoon van Gilbert FitzReinfrid, de zoon van Roger FitzReinfrid die aan het hof van de Engelse koning Hendrik II diende

6 "Nog steeds daar".

7 Zoals beschreven door Bede in "Ecclesiastical History of the English People," omstreeks 730. Bede beschrijft daarin het ontstaan van de Engelse koninkrijken. De koninkrijken van Wales werden vermeld omstreeks 960 in de "Annales Cambriae", een werk waarin Welshe koninklijke families werden beschreven. In die tijd leefden de koninkrijken van Wales gescheiden van de Germaanse en Keltische volkeren die al in de tijd van Bede de meeste oostelijke landen hadden veroverd.

8  In "Brut y Tywysogyon" werd hij beschreven als "The chief and most praiseworthy of all the Britons." Geen enkele andere Welshe koning verwierf de titel "Dda" ("De Goede").

9 Hij veroverde Gwynedd en Powys en Deheubarth, Gwent and Morgannwg op zijn Welshe volksgenoten, zoals werd opgetekend in "De Nugis Curalium" (c.1180).

10 Peace of Worcester in 1218.

11 1258 is daardoor een gedenkdag voor de Welsh die het idee dat de eerstgeboren zoon van de Engelse monarch deze titel mag aannemen, aanvechten. In 1301 zou de Engelse koning Eduard I besluiten deze titel toe te kennen aan zijn elfde kind, geboren op het kasteel van Caemarfon in Gwynedd in 1284 en daarmee werd de oorspronkelijke titel die volgens het verdrag van Montgomery in 1267 met Hendrik III nog enkel aan een echte Welshman zou toekomen, teniet worden gedaan.

 

Stalen handgesmede Viking, Noormannen helm Incl Malienkolder - 21e eeuwReplica van een stalen handgesmede Viking helm met maliënkolder naar een vondst van +- 800. Het stalen neusstuk was typisch voor Noormannen. Ook kruisridders gebruikten dit soort helmen. (Privé collectie Laurentii)