image001.jpg

 

© Laurentii.be

 

Genealogie Laurentii

Numquam solus incedes

Inhoud

Blog

Documenten

Foto's

Gezinnen

Stamboom

Startpagina

Thematisch

Verhalen

Verwante families

 

Voetnoten

1 Collectie Marie-Chantalle Gabreels-Lauwens, Rotterdam, NL

 

image002.jpg

© Foto’s uit private collectives: aquarel Patrik Lauwens, 1997 – Embleem Vuurkruisers, 1936 – Foto Jozef Lauwers, 1914 (met dank aan Lucien Lauwers) – foto’s Aarschot 1914, 2002 – Foto’s Wielsbeke 1916 (originelen onder Public Domain). – Foto generaal François Lauwens, 1918 uit archief Laurentii.be.

 

 Verhalen - 1914-1918 - de Eerste Wereldoorlog

 

Honderd jaar na de "Groote Oorlog"

image003.gifDie oorlog heette tot het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog nog "De Grote Oorlog". Een wereldbrand van die orde was in de tijd tot na het interbellum nooit gezien de afgelopen eeuwen. Broer Rafael verzamelde de boeken van het Vuurkruis en andere, die iets over de militaire geschiedenis vertellen.

Toen de slag aan de Ijzer begon in oktober 1914, was het Belgische leger geslonken tot ongeveer 82 000 man. Koning Albert richtte zich in een proclamatie tot de troepen: "Soldaten, het is nu twee maand en meer dat gij strijdt voor de rechtvaardigste der zaken, voor uwe haardsteden, voor de onafhankelijkheid van uw Land. Gij hebt de vijandelijke legers tegengehouden, drie belegeringen doorstaan, verscheidene uitvallen gedaan, zonder verliezen een langen aftocht door een smalle gang uitgevoerd. Tot nu toe stondt gij alleen in dien reusachtigen strijd. Gij bevindt u nu aan de zijden van de dappere Fransche en Engelsche legers. (...) Soldaten, ziet met vertrouwden de toekomst te gemoet, strijdt met moed."

Afbeeldingen: aquarel van P. Lauwens, 1997; Willem en Ivan Lauwens op de IJzertoren. te Diksmuide, begin jaren '90, twintigste eeuw. Willem overleed in juni, Ivan in november 19961. Boekmedaille van het vuurkruis (zie verder).

image004.gifIk had een collega die Verschaeve heette, die verwant was met de schrijver Cyriel Verschaeve die een grootnonkel was van hem. "Hier liggen hun lijken als zaden in het zand, hoop op den oogst O Vlaanderland", zoals het bekende gedicht van Verschaeve luidde, werd vermeld als inscriptie op de eerste Ijzertoren. De leuze "Nooit meer oorlog" was een uitdrukking van de vredeswil na de Eerste Wereldoorlog. Amper 20 jaar later verloor deze benaming al aan betekenis, toen een nieuw groot wereldconflict uitbarstte. De tweede IJzertoren draagt de letters van de leuzen "Alles voor Vlaanderen, Vlaanderen voor Kristus".

 

Verhalen - 1914 - Jozef Lauwers, "Jef van de Koperen" (Kontich)

 

image024.gifJacobus Josephus Lauwers, geboren in 1894 als zoon van August Jan Lauwers en Marie-Louise Verhaegen, huwde in 1925 te Kontich met Anna Louiza Mijlemans. Josephus Jacobus had als bijnaam Jefke van de Koperen”, naar het café van zijn schoonouders die het café “Bij de Koperen” uitbaatten te Kontich. Als milicien korporaal-fourier in het 4e Linie Regiment maakte hij tussen 1914-1918 de eerste wereldoorlog mee. Hij kreeg verschillende eervolle vermeldingen: het Oorlogskruis, het Ijzerkruis (als frontstrijder), de Zegemedaille, de Herinneringsmedaille 1914-1918.

 

Toen hij in 1919 terugkeerde uit bezet Duitsland, was hij de eerste motorrijder in Kontich. Hij had enige tijd verkering, maar net voor het geplande huwelijk werd het afgelast en moest alle aangekochte huisraad verkocht. Hij leerde kort daarna zijn toekomstige vrouw kennen. Anna Ludovica Mijlemans had als bijnaam “Anna van Gust de facteur”. Haar vader was een van de eerste postbodes te Kontich, terwijl haar moeder, afkomstig van Olen, als dienstmeid en kokkin werkte bij de toenmalige burgemeestersfamilie. Zij werkte daar tot zij huwde. Hij was aanvankelijk zelfstandig diamantslijper met drie slijpersmolen en een eigen huis aan de Mechelsesteenweg 285 te Kontich. Zijn zus Joanna Maria Magdalena was hem hier samen met haar dochter behulpzaam. De gevolgen van de beurscrash van 1929 leidden er toe het eigen bedrijf op te geven. Vanaf 1936 werkte hij als diamantslijper in Antwerpen bij Van Merlo & Busschots Diamonds.

 

Bij het uitbreken van de tweede wereldoorlog in 1940 sloeg hij alleen op de vlucht. Hij bereikte Berck-Plage in Frankrijk, werd er gehospitaliseerd en keerde na vijf maanden terug naar huis. Aanvankelijk weigerde Jeff voor de Duitse invallers te werken, maar na twee jaar waren de spaarcenten op en ging hij met zijn vrouw en toen vijftienjarige zoon Lucien aan de slag bij de afdelingen Karges-Hamer-Lecluyse in de Mechelsestraat, de Antwerpsestraat en de Groeningelei te Kontich. Hier werden onderdelen gemaakt voor granaatwerpers. Tussen eind 1944 en half 1945 werkte hij er niet meer.

 

Na de oorlog was Jef werknemer in de koekjesfabriek Parein te Antwerpen. In 1950, na het huwelijk van zoon Lucien, werd hij samen met Anna Ludovica Mijlemans huisbewaarder (conciërge) in Antwerpen. Anna Ludovica werkte ook enige tijd als ploegbazin in de lintjesfabriek Sampers. Het koppel was huisbewaarder bij tandarts Raymaeckers, bij de firma Vloebergs – nadien overgenomen door Nafta. In 1974 ging Jef met pensioen. Hij was toen weduwnaar. Hij woonde enige tijd bij zijn zoon, en verhuisde uiteindelijk naar zijn geboortedorp bij zijn zus Emerantia.

 

 

 

Verhalen - 1914 – Jules Lauwers komt om bij de Slag van Aarschot

 

Jules Isidoor Lauwers was geboren op 9 april 1890 te Schaarbeek als zoon van Isidoor Lauwers en Virginie Daneels. Het gezin woonde te Sint-Joost-ten-Node, een dichtbevolkte gemeente geprangd tussen Schaarbeek en Brussel-Noord. Jules werd onder de wapens geroepen en kreeg stamboeknummer 56129. Hij was amper 24 jaar oud toen hij tijdens de “Slag van Aarschot” op 19 augustus 1914 om het leven kwam.

 

Na de Duitse inval trok het Belgische leger zich terug achter de Gete. In Halen werd nog een klein succes geboekt, maar de legerleiding kon de druk van de Duitse overmacht niet aan, en men trok zich terug binnen de Antwerpse fortengordel.

 

Aarschot telde in 1914 zo’n 8000 inwoners. Geruchten over Duitse wreedheden deden de ronde en burgemeester Jozef Tielemans had begin augustus 1914 proclamaties laten uithangen waarin de burgers werden opgeroepen zich niet te mengen in het militaire conflict. Op 12 augustus werd dit nog eens benadrukt: “Wacht u van wapens te dragen en vooral van niet te schieten, want de weerwraak op den dader en zijn gezin zullen verschrikkelijk zijn”.

 

In de aanloop van de beruchte “Slag van Aarschot” was op 18 augustus het 9e Regiment uit Leuven aangekomen, en men bouwde een verdediging ten noordoosten van de stad richting Herselt, Gijmel en Langdorp. De 4e compagnie van het 1e bataljon verschanste zich achter de bermen van de spoorweg Antwerpen-Leuven-Aken. Andere eenheden van het 6e, 14e, 26e linieregiment bewaakten de zuid- en oostkant van de stad of stonden in reserve aan het station van Aarschot. Op 19 augustus kwam het tot een gevecht met de oprukkende Duitsers. De stellingen van het Belgisch leger waren niet houdbaar onder Duits artillerievuur, en het bevel tot terugtrekking kwam laat terecht bij de 4e compagnie van kapitein Gilson. Zij trokken zich pas rond 8 uur terug onder hevig vuur en een 120 Belgen sneuvelden, terwijl een twintigtal gewonde en gevangen genomen Belgische soldaten nadien door Duitse soldaten werden gedood en hun lichamen in de Demer werden geworpen.

 

image025.gif

image026.gif

Afbeeldingen: het balkon aan de woning van Jozef Tielemans op de hoek van de Peterseliestraat (nu Martelarenstraat) en de Grote Markt waarop kolonel Johannes Stenger werd neergeschoten. Onder: recentere foto van dit gebouw, waarop het balkon werd afgebroken.

 

De Duitse troepen trokken door de stad en voor de eerste keer werden mannen samengebracht aan de dijk van de Demer om onder de bedreiging “Sie haben geschossen. Alle werden gefusilliert.” Na tussenkomst van burgemeester Tielemans mogen ze naar huis.

 

Omstreeks 18.30uur staat de Duitse bevelhebber van de 8e Infanterie Brigade, kolonel Stenger, met twee officieren op het balkon van de woning van de burgemeester aan de Grote Markt. Er vielen schoten en Stenger werd getroffen. Wat volgde werd later de “Bloednacht” genoemd. Bewoners van huizen rond de markt, die in brand werden gestoken, werden bijeengedreven en de mannen werden afgevoerd naar een weide aan de Leuvensesteenweg. Per drie werd een gevangene geëxecuteerd. Een andere groep gevangenen werd later op de avond naar een aardappelveld aan de steenweg geleid, onder wie de burgemeester en zijn 17-jarige zoon. Ook van deze groep zullen de dag daarop, op 20 augustus, één op drie worden terechtgesteld, onder wie de burgemeester en zijn zoon. Inmiddels werd de stad geplunderd en afgebrand. In de kerk werden gedurende enkele dagen nog 400 tot 500 burgers vastgehouden, en op 6 septemberwerden 300 gevangenen per trein weggevoerd naar het Sennelager kamp in Duitsland. 480 huizen werden afgebrand en 180 burgers kwamen om en later zou blijken dat de Duitse bevelhebber meest waarschijnlijk door verdwaalde Duitse kogels werd gedood.

 

 

 

Verhalen - 1914 – Op de vlucht voor het oorlogsgeweld (Wielsbeke)

 

image027.gifDe familie Vereecke uit Oostnieuwkerke, een deelgemeente van Staden, was één van de vele families die op de vlucht sloeg voor het naderende oorlogsgeweld. In juli 1917 werd Oostnieuwkerke beschoten door oprukkende Britse troepen. De familie ontvluchtte de frontstreek met bestemming Limburg. Zij hielden halt in Wielsbeke, en daar ontmoette dochter Madeleine de liefde van haar leven: Medard Lauwers. Het koppel huwde na de oorlog op 22 oktober 1919 te Oostnieuwkerke.  Na de oorlog kwamen zo wel meer huwelijken tot stand tussen gevluchten en de mensen die hen opvingen.

 

Het gezin Lauwers-Vereecke vestigde zich op het ouderlijk hof “Ter Vaetene” te Wielsbeke. Tijdens de tweede wereldoorlog woedde er de slag om de Leie en het leek of de geschiedenis zich herhaalde. Het gezin moest opnieuw op de vlucht. Met gezin, familie en bekenden, vertrokken ze naar de streek van Abbeville, Frankrijk.  Toen zij een drietal weken later terugkeerden, troffen ze hun vlasserij en hoeve volledig verwoest en uitgebrand terug. Alles moest opnieuw worden opgebouwd, en dat verklaarde allicht dat de kinderen pas enkele jaren na de tweede wereldoorlog aan trouwen konden denken. Zoon Karel trad in het huwelijksbootje met Vandeputte Cecile, uit Izegem, in oktober 1948. Dochter Marie huwde hetzelfde jaar op 7 april met Michel Desimpel uit Kortemark.

 

image028.gifimage029.gif

Afbeeldingen: het klooster en de school van Oostnieuwkerke in 1916; daaronder: Britse krijgsgevangenen te Oostnieuwkerke worden door Duitse soldaten weggeleid. - Duitse soldaten poseren bij het klooster te Oostnieuwkerke.

 

 

 

Verhalen – 1914 - Luitenant-generaal François Lauwens

 

image030.gifLuitenant-generaal François Lauwens maakte een blitzcarrière tijdens W.O. I. Zijn militaire carrière ving aan in december 1885 aan de Koninklijke Militaire School te Brussel, waar hij ook in 1887 werd vermeld. Op 13 januari 1888 werd hij toegewezen aan het 2e Regiment Jagers te voet, en op 10 oktober 1890 aan het Regiment Karabiniers. Hij werd vermeld als luitenant op 25 juni 1894, als kapitein op 25 juni 1902, als kapitein-commandant op 26 juni 1906.

 

Op 13 september 1913, net vóór het uitbreken van de eerste wereldoorlog of de 'Grote Oorlog' zoals die aanvankelijk heette, vervoegde hij het 2e Regiment Karabiniers. Hij werd op kerstdag 1913 gepromoveerd tot majoor.

 

Toen brak in 1914 de Eerste Wereldoorlog uit, en majoor François Lauwens maakte snel carrière. Op 30 maart 1916 werd hij luitenant-kolonel, op 18 december hetzelfde jaar kolonel. Twee dagen later nam hij het bevel van het 3e Regiment Karabiniers. Op 26 januari 1918 kreeg hij het bevel over de infanterie divisie van de 6e Divisie. Hij kreeg 8 frontstrepen.

 

Na het einde van de oorlog, werd hij op 26 september 1919 benoemd tot generaal-majoor. Op 26 juni 1920 kreeg generaal-majoor François Lauwens het bevel over de 10e divisie. Vervolgens werd hij benoemd tot luitenant-generaal van het Belgische leger op 26 juni 1922. Een laatste vermelding van 5 oktober 1923 gaf aan dat hij toen het bevel over de 2e Divisie kreeg toegewezen.