Shield_VHC.jpg

 

 

Blog - Uitwijking van de kinderen van Katrien van Praet en Thomas van de Walle naar de Canarische eilanden (1515)

Katrien van Praet overleed op 13 juli 1515 te Brugge. Zij was gehuwd met Thomas van de Walle, een zoon van Seger van de Walle en Joanna Van Iseghem. De familie van de Walle had eerder in Spanje, later op de Canarische eilanden, gewoond. Thomas en Katrien woonden in de Zoueterstrate in het Sint-Janskwartier te Brugge. Thomas was schepen van de stad Brugge in 1517, hoofdman van het Sint-Janskwartier in 1521 en raadslid in 1528. Hij was ook handelaar. In 1517 werd vermeld dat hij een vracht laken, stoffen en andere goederen verzond uit Antwerpen naar Gerard van Ghistele te Lissabon. 

Na het overlijden van Katrien, hertrouwde Thomas met Maria Moreel. Na zijn overlijden op 20 april 1530, werd hij begraven naast Katrien van Praet in de Sint-Walburgakerk.

Uit het tweede huwelijk van Thomas met Maria Moreel, werden nog zeven kinderen geboren. Van de kinderen geboren uit het eerste huwelijk, vestigden er zich drie op de Canarische eilanden. 

Joris 'Jorge' Van de Walle vestigde zich als planter op het eiland Tenerife. Hij huwde er Catarina de Torres y Grimon. Een dochter, Catarina van de Walle Torres y Grimon, huwde Baltasar de Guisla van het Vlaamse geslacht Giselin, ook op het eiland Palma gevestigd. In januari 1546 vertrok Jorge naar het eiland Sante Domingo in West-Indië, waar hij datzelfde jaar overleed. 

Een mail van Jozef ‘Jeff’ Van Minsel, Cónsul de Bélgica op de Canarische eilanden, van 16 februari 2012 bracht opnieuw het mysterie van een spoorloos  schilderij van Thomas van de Walle en Katrien van Praet in de Sint-Walburgakerk onder de aandacht.

Jeff Van Minsel was bezig met een vertaling en bewerking van een boek over de familie Van de Walle op de Canarische Eilanden. Hij bezocht onlangs de Walburgakerk maar kon er geen enkel spoor vinden van het schilderij en het graf dat ik had vermeld in een verhaal uit 1515.

 

Een andere zoon, Lodewijk 'Luis' van de Walle, bijgenaamd 'de oude' ('el Viejo'), was geboren in 1505 te Brugge. Hij streed in het leger van Karel V, vermoedelijk bij de Ordonnantie Benden. In Spanje werd hij raadslid ('regidor') van de stad Cadix. Hoe moet omstreeks dezelfde tijd als Jorge op het eiland Palma zijn aangekomen en huwde er met dona Maria de Cervellon Bellid, een dochter van Miguel Martin, de conquistador van het eiland. 

Op 11 maart 1546 werd hij aangesteld als regidor van het Cabildo, werd militaire gouverneur van het eiland, overste van de milities ('maestro di campo') en slotvoogd van de vestigingen. Op 2 juli 1572 volgde een aanstelling als 'familiaar' (gelast met het uitvoeren van de vonnissen) van het Heilig Officie van de Inquisitie, en hij was lid van de kerfabriek van het Santo Domingo klooster. 

In 1559  bekostigde Luis el Viejo de waterbevoorrading van Santa Cruz te Palma. Hij sponsorde het Hospital de los Dolores, en stichtte een dotatie voor de oprichting van een gemeentelijke graanzolder. De familie bezat een eigen kapel gewijd aan Thomas van Aquino, met grafkelder.

Ook Luis was een handelaar. Hij richtte met zijn zoon Thomas en een andere Vlaming, Jan van Daysele ('Juan de Ayzel') een handelsmaatschappij op. Hij overleed op 24 december 1587 te Santa Cruz. Katrien van Praets zoon telde heel wat nakomelingen, die vanaf de 16e eeuw een vooraanstaande plaats verwierven in de Canarische adel.

Een andere dochter van Katrien van Praet en Thomas van de Walle, Anna van de Walle, huwde te Santa Cruz op Palma de Brugse poorter en koopman Jan Jacques die er woonde sinds 1525. Anna keerde met haar echtgenoot terug naar Brugge, waar zij beiden overleden en hun laatste rustplaats vonden in de Sint-Jacobskerk. Een andere zoon, Jaak, was te Santa Cruz gehuwd met Agnes van Trille, ook van Brugse afkomst.

Er zijn in deze periode van Spaanse overheersing wel meerdere sporen van uitwijking van Vlamingen naar de Canarische eilanden, ook in andere steden. In april 1557 was er in Antwerpen bijvoorbeeld de melding dat erfgenamen van Jacob van Groenenberch en Marie Pyne bezittingen verkochten binnen "den eylanden van Palma in Canariën".

Antwoord aan dhr. Van Minsel op 18 februari (deel 1; deel 2 = conclusies)

Geachte heer Van Minsel,

Ik vermoed dat u naar onderstaand artikel verwijst in de verzamelde verhalen van de familie Van Praet. Ik heb zelf, enkele jaren geleden al, navraag gedaan bij de kerkfabriek naar het schilderij en het graf in de Sint-Walburgakerk te Brugge, toen ik te weten kwam dat deze niet meer in de huidige kerk aanwezig zijn. Helaas ben ik nog niet te weten kunnen komen waar het schilderij zich momenteel bevindt, of welke bestemming het grafmonument heeft gekregen. Het blijft voor mij momenteel een mysterie, ook al is de beschrijving m.i. authentiek.

Bij het samenstellen van de verhalen uit de genealogie langs moeders zijde (Van Praet) heb ik wat correspondentie gehad met enkele doctorandi geschiedenis. Ik moet toegeven dat ik nogal slordig ben geweest in het bijhouden van de bron informatie toen ik met de samenstelling ervan begon en ik kan momenteel niet meteen achterhalen wie mij welke informatie heeft bezorgd. Ik heb er bij aanvang van dit project vooral naar gestreefd om de verhalen op te sporen en op een populairwetenschappelijke manier te delen.

Mijn persoonlijk genealogie project focust vooral op de families Lauwens en Lauwers, wiens oorspronkelijke naamschrijfwijze Lauwereyns (met schrijfvarianten Lauwerin, Laurin, Lauwrens, Laurens,…) was. De geschiedenis van onze familie gaat ongeveer 600 jaar terug in (het hertogdom) Brabant en nog enkele eeuwen eerder in (het graafschap) Vlaanderen. Ook deze familie vindt zijn oorsprong in Brugse contreien en er is een connectie met een Spaanse familie Lorenzo in de 15e eeuw via Lepe/Cadiz. De binding werd voor het eerst vastgesteld via gemeenschappelijke DNA kenmerken in geneografisch onderzoek via een stamouder Juana Lorenzo die uit Brugge afkomstig was (Johanna Lauwe(re)ns) – enerzijds via mitochondriaal onderzoek in Spanje, en voor onze familie via gemeenschappelijke kenmerken (Y-chromosomen) via het geneografie project van de National Geographic Society. Mijn contactpersoon daarvoor is een nakomeling van deze Juanna die ook op de Canarische eilanden woont, ene Pablo Hernandez.

De verhalen Van Praet en Lauwens/Lauwers zijn in PDF-formaat beschikbaar.

Hierin is toch al zo’n 60% van alle beschikbare informatie verwerkt. Een omvangrijk papieren en elektronisch archief wordt mondjesmaat verder ontsloten en bewerkt (aanvulling en correctie). Het is voor mij een vrije tijd initiatief naast een voltijdse baan en andere verplichtingen.

Uiteraard houd ik me steeds aanbevolen indien u nieuwe informatie zou vinden. Grasduinen in de (familie-)geschiedenis blijft een boeiende bezigheid. Gezien de bindingen langs zowel moeders als vaders stamlijn met de Canarische eilanden, heb ik ook al wel eens overwogen om er een vakantie te plannen, … maar ik heb geen echte aanleg voor zon- en zeevakanties zoals sommige familieleden die mooie vakantieverhalen meebrengen van de Canarische eilanden vrees ik…

Ik wens u in ieder geval succes met uw project en ben uiteraard zeer geïnteresseerd!

Met vriendelijke groeten uit Berlaar,

Patrik Lauwens

 

Wat weten we over het schilderij en het grafmonument?

Thomas van de Walle (+20 april 1530) vond zijn laatste rustplaats naast zijn echtgenote Katrien van Praet (+1515) in de Sint-Walburgakerk te Brugge die inmiddels verdwenen is en niet mag worden verward met de huidige Walburgakerk [huidig adres: Sint-Maartensplein, Brugge]. In de kerk hing boven de grafsteen een schilderij dat een man en vrouw uitbeeldt, geknield voor Onze-Lieve-Vrouw. Naast de man worden vijf jongens afgebeeld, naast de vrouw zes dochters. Het kunstwerk draagt het grafschrift van Thomas van de Walle en zijn vrouw Catharina van Praet. 

Bestand:Oude Sint-Walburgakerk.jpg

Afbeeldingen: de oude Walburga parochiekerk met toren omstreeks het midden van de 18e eeuw1 die werd afgebroken. - de huidige toren van de kerk.

 Bestand:Bruges, Eglise St Walburge (tour).jpg

 

Op de plaats van de kerk stond vroeger een kapel die door de Heilige Walburga, onderweg van Wessex naar Thüringen, zou gesticht zijn in 745. In de periode 1619-1643 werd de huidige kerk gebouwd door jezuïetenbroeder Pieter Huyssens. Het jezuïetenklooster werd in 1773 opgeheven en de kerk werd gesloten. De toren, naar model van de Carolus Borromeuskerk te Antwerpen, is echter nooit afgemaakt wegens geldgebrek. Vlakbij stond de parochiekerk van de Sint-Walburgaparochie, op de hoek van de Riddersstraat en de Sint-Walburgastraat. Deze raakte echter bouwvallig en in 1777 kende men de voormalige jezuïetenkerk toe aan de parochie en  werd de oude parochiekerk afgebroken.  

Conclusies

Thomas van de Walle (+20 april 1530) vond zijn laatste rustplaats naast zijn echtgenote Katrien van Praet (+1515) in de Sint-Walburgakerk te Brugge die inmiddels verdwenen is en niet mag worden verward met de huidige Walburgakerk [huidig adres: Sint-Maartensplein, Brugge]. De St.-Walburgaparochie was in 1241 ontstaan als afscheiding van die van St.-Salvators in het Brugse Sint-Jankwartier. Het gezin woonde er in de Zoueterstrate en Thomas was schepen van de stad Brugge in 1517, hoofdman van het Sint-Janskwartier in 1521 en raadslid in 1528. Hij was er ook handelaar.

De oorspronkelijke (afgebroken) gotische parochiekerk waarin van de Walle en van Praet werden begraven is verdwenen. Deze kerk, die gelegen was op de hoek van Ridders- en Sint-Walburgastraat, was gesticht als grafelijke kapel gewijd aan de H. Walburga. Ze werd afgebeeld bij Marcus Gerards in 1562 en werd afgebroken in 1781 sinds ze in 1777 bouwvallig was, het jaar waarin de nieuwe (huidige) Walburgakerk door Mgr. Caïmo en keizerin Maria Theresia werd toegekend aan de Sint-Walburgaparochie. In 1781 kreeg de parochie de toestemming om het materiaal van de oude kerk te verkopen en de opbrengst te gebruiken om de eveneens vervallen jezuïetenkerk te restaureren. Er was o.m. sprake om de rococobovenbouw van de toren van de oude kerk, die pas uit 1766 dateerde, op de onvoltooide toren van de nieuwe St.-Walburgakerk te plaatsen, wat uiteindelijk niet is doorgevoerd.

In de inboedelbeschrijving van de huidige Walburgakerk komen bij mijn weten geen meubilair of schilderijen (meer) voor uit de 16e eeuw. De oudste inboedelstukken lijken te dateren van de periode 1619-1641 bij de bouw de jezuïetenkapel (huidige kerk). De bestemming van het schilderij en de graftombe uit de oude kerk blijven tot op de dag van vandaag onzeker. Het is mogelijk dat het schilderij terug in het bezit kwam van de nakomelingen van Van de Walle-Van Praet, en het is theoretisch ook mogelijk dat zij in het erfgoed van de ‘oude’ parochiekerk bleven en omstreeks 1781 in de verkoop terecht kwamen waarvan de opbrengst de restauratie van de ‘nieuwe’ kerk moesten bekostigen.

 

Hierna: binnenzicht in de huidige kerk (Johan Bakker, 14 september 2011, collectie onroerend erfgoed). De kerk werd in 1939 beschermd als monument. Ze wordt tegenwoordig gebruikt als concertzaal voor het Festival van Vlaanderen. De kerk bevindt zich in Brugge Sint-Jan.

File:Walburgakerk.jpg

Situering en geschiedenis St.-Walburgakerk

 

De huidige kerk ligt ten oosten van het plein, ten noorden deels afgebakend door de Hoornstraat, deels door de voormalige kerktuin, ten oosten door de kerkhoftuin en de "Oranjerie St.-Walburga", de voormalige brouwerij van het jezuïetencomplex cf. Verversdijk nr. 17, en ten zuiden door de schoolvleugel van het "Lyceum Hemelsdaele". Georiënteerde jezuïetenkerk van het basilicale type maar zonder transept. Fraai doch sober voorbeeld van typische contrareformatorische barokkerk uit de Zuidelijke Nederlanden van XVII.

 

Ca. 1240: stichting van de St.-Walburgaparochie als afscheiding van die van St.-Salvators. De oorspronkelijke parochiekerk ligt op de hoek van Ridders- en Sint-Walburgastraat, gesticht als grafelijke kapel gewijd aan de H. Walburga. De gotische kerk wordt afgebeeld bij Marcus Gerards (1562).

 

1596: de jezuïeten, sedert 1575 gevestigd in huis "De Lecke" en aanpalende panden op de hoek van de Wapenmakers- en de Sint-Walburgastraat, zochten na de godsdiensttroebelen onderdak op het Sint-Maartensplein en bouwden er ter hoogte van het koetsgebouw van nr. 5, een kapel. Wegens plaatsgebrek werd algauw de bouw aangevat van een kerk met college, klooster, kapel en tuin, gelegen tussen Sint-Maartensplein, Hoorn-, Kandelaar- en Boomgaardstraat, en Verversdijk cf. Verversdijk.

 

1619-1641: bouw van de kerk n.o.v. de Brugse jezuïet-architect P. Huyssens (1577-1637), na diens dood verdergezet door medebroeder J. Boulé. Als werknemers zijn o.m. J. Pype voor de funderingen, G. de Lippe, R. Houtrick en J. Coppet voor de ruwbouw gekend. Financiële steun komt van het Brugse Vrije, de stad, de abt van St.-Pieters te Gent, het bisdom en vele families. De oorspronkelijke plannen van Huyssens - o.m. wat de toren, gewelf en de vensters van de middenbeuk betreffen - zijn echter wegens geldgebrek en naijver tussen de jezuïeten van Brugge en Antwerpen niet volledig uitgevoerd.

 

1642: inwijding van het bedehuis door Mgr. Nicolas de Haudrion, opgedragen aan de H. Franciscus Xaverius cf. beeld boven portaal, wiens relieken in 1630 naar Brugge waren gebracht.

 

1773: de jezuïetensociëteit wordt bij keizerlijk decreet ontbonden en de kerk gesloten.

 

1777: o.w.v. de bouwvalligheid van de voormalige parochiekerk, kennen Mgr. Caïmo en keizerin Maria Theresia de voormalige jezuïetenkerk toe aan de St.-Walburgaparochie; die eveneens de toestemming krijgt de oude parochiekerk af te breken (1781), het materiaal te verkopen en de opbrengst te gebruiken om de vervallen jezuïetenkerk te restaureren. Er is o.m. sprake om de rococobovenbouw van de toren van de oude kerk, die pas uit 1766 dateerde, op de onvoltooide toren van de nieuwe St.-Walburgakerk te plaatsen, wat uiteindelijk niet is doorgevoerd. Vermoedelijk zijn in de loop van de 18e eeuw ook de kerkmeesterkamers ten zuiden van de kerk aangebouwd.

 

1778: in de hoop dat de kerk uitgeroepen wordt tot kapittelkerk, geven de kerkmeesters van de St.-Walburgaparochie aan beeldhouwer-architect H. Pulinx de opdracht plannen te tekenen om een koorgestoelte te plaatsen in het kleine koor en om het noordelijk trappenhuis als doopkapel in te richten.

 

1779: inhuldiging van de voormalige jezuïetenkerk als parochiekerk en translatio van de relieken van H. Walburga.

 

1796: de kerk wordt door de Fransen in beslag genomen en gebruikt als Tempel van de Wet.

 

1804: de kerk krijgt haar eigenlijke functie terug doch onder de naam "St.-Donaaskerk" na de translatio van diens relieken uit de afgebroken, gelijknamige kerk op de Burg.

 

1841-1851: gevelrestauratie.

 

1854: officïele toekenning van de huidige naam.

 

1918: zware beschadigingen vnl. aan N.-beuk na bominslag.

 

1961-1963: restauratie van de daken, steunberen, kroonlijsten en raamomlijstingen n.o.v. ingenieur-architect J. Verbeke (Brugge).

 

1967-1973: restauratie van voor-, zijgevels, toren en crypte waarbij verweerde materialen worden vervangen.

 

1978-1980: interieurrestauratie o.m. herschilderen.

 

Beschrijving van de huidige kerk

 

Huidige plattegrond ontvouwt: een driebeukig schip van zeven trav. en ingebouwd koor met één trav. en apsis; zijbeuken met rechte sluiting; crypte; in kooras, toren op vierkante plattegrond; in het verlengde van de zijbeuken, l. vierkante sacristie en twee kerkmeesterskamers, r. gang en kapel. Ter hoogte van de eerste trav. van de zijbeuken, bijgebouwen op vierkante plattegrond met l. doopkapel en r. trap naar doksaal.

 

Materialen. Baksteenbouw met gebruik van zandsteen voor het voorgevelparement Massangis al restauratiemateriaal. Voor het interieur: Balegemse witsteen (eerste bouwl.) en zandsteen (hogere lagen); muren in baksteen met zandstenen parement. Geheel onder leien zadel- en lessenaarsdaken.

Kerk toegankelijk via 5 tr., geflankeerd door twee afgeronde schamppalen. W.-gevel vertoont duidelijke invloeden van de Il Gesù-kerk in Rome - cf. Huyssens' verblijf in Rome van 1626 tot 1628! - o.m. door tweeledige opbouw doch met verticaliserende verhoudingen en plastische uitwerking. Hoge onderbouw met ritmerende gekoppelde hoekpilasters en pilasters met driekwartzuilen aan weerszij van de middentrav., alle met geprofileerde basementen en verfijnde Corinthische kapitelen; aflijnend gekornist entablement met datum van wijding "1643". Hoger opgetrokken middentrav. met analoge opstand onder een sterk geprofileerd en gekornist hoofgestel bekroond door een gebroken driehoekig fronton tussen postamenten met siervazen en bronzen kruisbeeld uit XIX. Flankerende vleugelstukken met sierlijke voluten met kandelaberbekroning. Portiektrav. met composietkapitelen en fronton, doorbroken door nis met beeld van H. Franciscus Xaverius (kopie van de jaren 1970); op archivolt van rondboogingang, opschrift "Den H. Franciscus Xaverius besonderen patroon tegen de peste / aengenomen door het magistraet der stad Brugge ten jaere 1666" en op bekronende architraaf, een versierde fries met cartouche voorzien van opschrift "D.O.M. / et / S.Francisco Xaverio / sacrum". Ter hoogte van de zijbeuken, op plint l., XVII A-steenhouwersmerken o.m. te identificeren met familie Nopère (Arquennes); rondboognis ingeschreven in een geprofileerde omlijsting met schelpvormige sluitsteen onder druiplijst; rechth. venster in geprofileerde omlijsting met neuten en bekronend halfrond fronton op gegroefde consoles.

 

Flankerende bakstenen aanbouwen met houten poort op 5 tr. in geprofileerde omlijsting met oren, sluitsteen en bekronend halfrond fronton op gegroefde consoles. Natuurstenen hoekblokken. Rechth. vensters in natuurstenen omlijstingen met oren, neuten en druiplijst. Zijgevel l. met oculus; achtergevel met vensters cf. voorgevel; ijzeren harnassen voor glas-in-lood.

 

Zijgevels - zichtbaar van Hoornstraat - zijn ter hoogte van zijbeuken geleed door steunberen met natuurstenen hoekblokken. Segmentboogvensters in natuurstenen omlijstingen met druiplijst; aflijnende natuurstenen kroonlijst op modillons. Ter hoogte van de middenbeuk, geritmeerd door luchtbogen met arduinen rollaag en op natuurstenen pilaster; natuurstenen kordonlijst met steigergaten en dito kroonlijst. Op Z.-gevel, metselteken van verglaasde baksteen in vorm van zespuntige ster.

 

Vierkante toren: massieve bakstenen romp aan Z.-zijde doorbroken door drie beluikte segmentboogopeningen in bepleisterde omlijsting. Klokkenverd. van Doornikse steen is per zijde voorzien van galmgat in geprofileerde omlijsting met paneelwerk, halfrond fronton en ordonnerende pilasters. Leien tentdak met torenkap en pumeel.

 

Interieur. Schip met tweeledige opstand: met cassetten versierde rondboogarcade op zuilen met composietkapiteel en achthoekige basis; in de zwikken, consoles die de met cartouches en grotesken verrijkte gordelbogen opvangen. Boven de versneden architraaf, licht getoogde vensters in geprofileerde omlijstingen met oren. Kruisribgewelf. Overgang naar apsis door bredere gordelboog; apsis omgeven door vier pilasters met kapitelen voorzien van zwaar geprofileerde voluten en acanthusbladen. Straalgewelf met rijke stucversiering. In de zijbeuken, kruisribgewelven met gewelfsleutels waarin zevenpuntige ster, aan zijgevelzijde opgevangen door pilasters; gewelven in zijkoren met uitgewerkte stucversiering en erin verwerkte Mariamonogram (N.) en Christusmonogram (Z.).

 

Mobilair. Schilderijen. In zijbeuken en boven doksaal, 14 schilderijen van de "15 Mysteriën van de Rozenkrans" uit de omgeving van J. Garemijn, ca. 1750. "Verheerlijking van H. Sacrament" van J. Garemijn, ca. 1740; "Kroning van O.L.Vrouw" van E. Quellinus de Jonge, XVII B; "Bewening van Christus" van J. Odevaere, 1812; "Verrijzenis" van J. Suvée (XVIII B); "Visioen van St.-Ignatius" van P. Cassiers; een drieluik met "O.L.Vrouw van de Droge Boom" van P. Claeissens, 1620; anoniem doek met "H. Domenicus die Kind geneest".

 

Altaren. Monumentaal, marmeren hoogaltaar van J. Cocx, gewijd in 1643 met beeld van H. Walburga, door Houvenaegel, 1842; boven de portalen, bustes van H. Franciscus Xaverius en H. Franciscus Borgia, en beelden van H. Louis van Gonzaga en H. Stanislas Kostka. Epitaaf van Michaël Grimaldi. N.-zijaltaar van P. Verbruggen van 1657 met twee barokportalen, beelden van H. Catherina, H. Ursula, H. Jozef met Kind, een Madonna-van-de-tuin (XVI A) en een beeldengroep van H. Anna en Maria (XVII B). Z.-zijaltaar gebeiteld door P. Verbruggen in 1669 met eikenhouten deuren, en beelden van H. Petrus, H. Paulus, H. Rochus.

 

Meubilair. Witmarmeren communiebank, door H. Verbruggen, 1695. Biechtstoelen in classicerende stijl, 1802. Eikenhouten koorbanken en communiebank uit XVIII B. Barokpreekstoel van A. Quellinus de Jonge, 1670, naar iconografie van pater Hesius. Doksaal en ingangsportaal n.o.v. P. de Cocks, 1763, doch vermoedelijk pas uitgevoerd in 1834.

 

Orgel begonnen in 1735 door C. Cacheux en voltooid door J.B. Frémat in 1739; versierd met beelden van gracieuze vrouwen en Jezus op de Wereldbol.

 

Crypte, toegankelijk via poortje met opschrift "IHS / Locus sepulcralis / patrum soc. jesu / et ecclesiae sancti / Francisci Xaverii / benefactorum" in kerkhoftuin, op rechth. grondplan, overkluisd d.m.v. kruisgewelven op arduinen zuil; grafplaten o.m. van parochianen.

Genealogie Laurentii

Numquam solus incedes

 

 

Inhoud

Blog

Documenten

Foto's

Gezinnen

Stamboom

Startpagina

Thematisch

Verhalen

Verwante families

 

 

 

Voetnoten

 

1 De tekenaar Jan Beerblock werd geboren in 1739