StamboomLaurentii.jpg

 

 

Blog - 1480 - "Man met Romeinse munt" van Hans Membling: Hieronymus Lauwereyns?

20160615_162022.jpg

In juni 2016 maakte het schilderij "Man met Romeinse munt" deel uit van een expositie in het Rockoxhuis in de Keizerstraat in Antwerpen. Het hing er te leen uit de collectie van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten van Antwerpen tijdens de renovatiewerken. Er is een academische discussie over wie nu eigenlijk de afgebeelde persoon is op het schilderij.

Eén theorie houdt het op de Bruggeling Hieronymus Lauwereyns2. Daar zijn meerdere redenen voor. "Man met Romeinse munt" werd geschilderd door Hans Memling, een bevriende stad- en tijdsgenoot van Hieronymus, omstreeks 1479-1480. Daar zijn meerdere redenen voor: de familie Lauwereyns verzamelde Romeinse munten, had banden met Italië via verblijven in Bologna, en het schilderij bevat een onmiskenbare verwijzing naar het familiewapen.  Dit verklaart de munt, de Italiaanse kleding en de achtergrond schildering, een verwijzing naar het familiewapen  - kenmerkend voor de portretkunst van Hans Memling. Het landschap bevat niet toevallig de afbeeldingen van zwanen en een (laurier)boom of laurierbladeren, elementen uit het meest gekende familiewapen van de familie Lauwereyns.

Hieronymus was geboren omstreeks 1453 en was op het moment van het portret dus 26 tot 27 jaar oud. Allicht is de verwijzing naar dit familiewapen ook een knipoog naar de geschiedenis. Hieronymus Lauwereyn was een buitenechtelijk kind, en zou overigens zijn eigen familiewapen creëren als (eerste) Heer van Watervliet.

Over Hans Memling

Hans Memling is vermoedelijk geboren tussen 1430 en 1440, in het Duitse Seligenstadt aan de Main, bij Frankfurt, en overleed te Brugge op 11 augustus 1494, en werd begraven op de begraafplaats van de Sint-Gillisparochie, waar hij woonde. Zijn naam wordt ook wel gespeld als Memlinc, Memlinck, Mamlinc, Memmelinge, Memmeling en Memelingen3. Als zijn voornaam wordt ook wel Jan genoemd en, naar de plaats waar hij werkte, Hans van Brugge.  Zijn moeder Luca Styrn was eerst gehuwd met Henricus Appel. Haar tweede man was Hamman Momilingen, de vader van de kunstschilder.

Uit stijl- en gevarieerde kleurverwantschap met Stefan Lochner4 leidt men af, dat Memling langs een verblijf in Keulen naar Vlaanderen afzakte, vóór 1451, het sterfjaar van Lochner.

Vermoedelijk tussen 1451 en 1465, toen hij zich te Brugge kwam vestigen, genoot Memling een opleiding bij die andere meester der Vlaamse Primitieven Rogier van der Weyden5, te Brussel. Op 30 januari 1465 werd hij ingeschreven in de Poortersboeken van de stad Brugge.Op dat moment was hij niet onbemiddeld, want de Poortersmelding kostte hem 24 schellingen en dat was toch het maandloon van een handwerker. Op dat ogenblik was Brugge de geliefde verblijfplaats van het Bourgondisch Hof, centrum van internationale handelscompagnieën en bedrijvig in de geldhandel. In 1467 werd hij ingeschreven in het Brugse St. Lukasgilde. Hij gaf daar de portretkunst een nieuwe wending door de traditionele donkere achtergrond te vervangen door een interieur of een landschap. In 1473 trad hij toe tot de gerenommeerde Broederschap van O.L.V. ter Sneeuw. Daarmee bereikte hij een aanzienlijke sociale status en behoorde hij meteen tot de hoogst bereikbare top als ambachtsman.

Memling bezat in 1486 2 stenen huizen in de Sint-Jorisstraat, waar hij woonde, en met een poort uitgevend in de Jan Miraelstraat. In 1466 is één van die huizen al in zijn bezit. Hij kon er zelfs tot twee leerlingen onderdak geven. Hannekin Veranneman en Passchier van der Mersch waren er een paar van. Hij behoorde toen tot de 10% rijkste burgers van Brugge en tot de 875 inwoners, die minstens 1 pond belasting moesten inbrengen voor het bekostigen van de oorlog tussen Maximiliaan van Oostenrijk en Frankrijk. De daarop volgende economische crisis zou hem echter wel financieel duperen. Zijn vrouw, Tanne de Valkenaere, stierf in 1486. Ze liet hem de minderjarige Hannekin, Neelkin en Claykin achter. Bij zijn dood op 11 augustus 1494 had Memling blijkbaar niet genoeg geld om in de kerk van de Sint-Gillis-parochie begraven te worden, zoals gebruikelijk bij de hogere Brugse kringen.

Het gebruik van het atmosferisch perspectief en het steeds herhalen van het schoonheidsideaal van bepaalde figuren, opvallend bij de Madonnafiguur, wordt zelfs uitgezuiverd bij de talloze portretten. Heel typisch hierbij is de aandacht voor het afbeelden van heraldiek en totaal nieuw is het plaatsen van personages in een landschap. Memling werkte voornamelijk voor een burgerlijke cliëntèle.

Portret van een onbekende Dame en het rechterluik van de Madonna van Nieuwenhove, allebei uit het Oud Sint-Janshospitaal te Brugge, de Portinariportretten uit het Metropolitan Museum of Art in New York, Portret van een man in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten te Brussel, een Portret van een onbekende jonge man in het Musée des Beaux-Arts te Montréal en een Portret van een jonge Man uit de Gallerie dell'Accademia van Venetië getuigen hiervan. Ook de Portretten van het echtpaar Moreel in het Museum voor Schone Kunsten te Brussel, Benedetto Portinari in het Uffizi van Florence en het Portret van een Man in het Mauritshuis te Den Haag ontstonden volgens eenzelfde concept. Ook het portret van “Man met Romeinse munt” hoort thuis in deze reeks.

 

In vergelijking met andere schilders uit de 15e eeuw is van Memling opvallend veel werk bewaard gebleven. Bovendien is van een aanzienlijk deel de opdrachtgever bekend. Daaruit valt op te maken dat Memling voornamelijk werkte voor een burgerlijke cliëntèle. Daaronder waren Bruggelingen, maar ook een fors aantal Italianen en Spanjaarden. Dit waren rijke kooplieden die zich graag lieten portretteren. Voor hun portret kozen zij de schilder die hun waardige persoonlijkheid het meest treffend kon neerzetten. In veel romantische teksten over Memling wordt ook telkens diens aimabele persoonlijkheid breed uitgemeten en gesuggereerd dat Memling de kunst verstond om mensen zo te portretteren dat zij er intelligent, nobel en aantrekkelijk uitzagen zonder daarbij de werkelijkheid al te veel geweld aan te doen. Omstreeks 1480 trouwde hij met Anne de Valkenaere; in die tijd kocht hij drie huizen, waaruit blijkt dat hij rijk was geworden. Tot de vele opdrachtgevers in Brugge behoorde burgemeester Maarten van Nieuwenhove. Memling portretteerde hem op een diptiek (tweeluik), tegenover een 'Madonna met kind' (1487, Memlinc Museum, Brugge).

 

1330 copy.jpgIk zet hierbij enkele argumenten op een rij:

(1)          De familie van Hieronymus Lauwereyns (Laurinus, Laurin, Laurijns) voerde een familiewapen met drie zwanen en een laurierboom. Hieronymus had een zoon Matthias Lauwereyns (gehuwd met Françoise Ruffault te Brugge, geboren in 1486) uit zijn eerste huwelijk met Jacqueline Pedaert, en was zelf geboren in 1453 als ‘bastaardzoon’ van Boudewijn Lauwereyns en een onbekende vrouw (“concubine”). De familie Lauwereyns droeg een familiewapen met zwanen en een laurierboom in voorgaande en volgende generaties in Brugge. De ooievaar links in het schilderij en de witte ruiter die één zwaan vervangt, kunnen een knipoog naar de betwiste afkomst van de geportretteerde.

(2)          Heel typisch voor de schilderkunst van Memling is de aandacht voor het afbeelden van heraldiek en totaal nieuw is het plaatsen van personages in een landschap. Men heeft deze kenmerken ook proberen te associëren met de Italiaan Bembo, waarbij men de zwanen - het derde werd gewisseld door een ruiter op een wit paard - uit het oog verliest. Het is geen toeval dat de zwanen en de boom voorkomen op de achtergrond. Ook de laurierbladeren kunnen worden beschouwd als een verwijzing naar de familienaam.

(3)          Het ging om een bemiddelde en vooraanstaande Brugse familie die in dezelfde kringen verkeerde als schilder Hans Memling. Hieronymus was trésorier-generaal of algemeen schatbewaarder van Filips de Schone en hij was de voogd van diens kinderen Karel (later keizer Karel V) en Ferdinand (latere koning van Duitsland), en hij oefende diverse functies uit aan het Habsburgse hof. De familie had de middelen en het aanzien om een portret te laten schilderen door Memling.

https://images.vcoins.com/product_image/143/F/6/Fb829Denc6jNqmG25EioEy3Sr4AKKp.jpg(4)          Hieronymus, heer van Watervliet, was een tijdgenoot van schilder Hans Memling. Hij was behalve van Matthias, ook de vader van Marcus, de deken van de Sint-Donaatskathedraal.

Afbeelding: Sesterties van keizer Nero (54-68 n. Chr.). Op het schilderij werd een soortgelijke sesterties afgebeeld.

(5)          Zijn kleinzoon Marcus Laurinus is gekend als numismaat met een voorliefde voor Romeinse munten. Hij breidde de overgeërfde collectie munten uit. Vanaf zijn jeugdjaren had hij een passie van het verzamelen. Hij wijdde er zijn ganse leven aan en bleef ongehuwd. Hij legde een uitgebreide collectie oude munten aan en nam zich voor een geschiedenis van de Oudheid te schrijven, op basis van munten en epigrafische teksten. Om dit te realiseren deed hij beroep op Hubertus Goltzius en financierde hij zijn reizen. Van 1558 tot 1560 trok Goltzius door Europa om er munten te kopen voor Marcus en om van duizenden munten tekeningen te maken. Er zouden tweemaal zes volumes worden gepubliceerd, de ene gewijd aan de Griekse, de andere aan de Romeinse munten. Om dit te realiseren financierde Marcus in 1562 een drukkerij, die door Goltzius zou geleid worden. In 1563 verscheen een eerste volume, gewijd aan Julius Caesar. In 1566 (het jaar van de Beeldenstorm) een tweede, gewijd aan de munten onder de consuls. Het derde volume was gewijd aan keizer Augustus. In 1573 verscheen een eerste volume over Griekse munten. Naast het werk van Marcus Laurinus, drukte Goltzius nog negen andere boeken die tot de humanistenliteratuur gerekend worden. De drukkerij bleef zwaar verlieslatend en kostte Marcus een fortuin.

(6)          Waarom het schilderij niet in handen van de familie bleef? In 1578 kwam een Calvinistisch bestuur aan de macht in Brugge. Aan Marcus Laurinus werd bevolen zijn buitenverblijf, voor de poorten van Sint-Kruis, te slopen. Op 24 februari 1580 werd hij door dit bestuur uit Brugge verbannen. Hij nam zijn collecties mee, maar onderweg naar Oostende werd hij beroofd. Hij reisde verder naar Calais waar hij, helemaal berooid, op 14 maart 1581 overleed.

Nabij Calais werd Marc Lauwerijn overvallen door Engelse of Staatse troepen uit Oostende en beroofd. Het handschrift Smetius kwam in handen van een Engelse hopman en werd meegenomen naar Engeland. In Engeland zou het te koop aangeboden worden aan Van der Does, die het met de hulp van de Leidse bibliotheek aankocht. Van Der Does zou het in druk geven, een uitgave onder het beheer van Lipsius, waarbij drukker Frans Raphelingius 500 pond kreeg betaald. In het jaar 1587, toen het werk van Smetius  naar de bibliotheek van de Leidse hogeschool overkwam, had Van der Does ook Griekse en Latijnse werken 1509_Hieronimus_Lauwerijn_4.bmpaangekocht uit de verzameling van hoogleraar Vulcanius, voor de som van 355 pond.

(7)          Familieleden studeerden in Italië. Kleinzoon Marc Lauwereyns via erfopvolger zoon Matthias, studeerde bv. in Bologna, wat een voorliefde voor Italiaanse kleding verklaart. Als welgestelde Bruggelingen kon men zich deze bovendien veroorloven. Het zwarte gewaad, aan de hals met een veter gestrikt, is typisch voor de Italiaanse mode in de 15e eeuw.

(8) Er zijn onmiskenbare fysiologische gelijkenissen met een andere gekende afbeelding van Hieronymus Lauwereyns, met name het beeldhouwwerk van zijn grafmonument in de Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk van Watervliet in 15091.

 

 

 

Het dient gezegd dat deze denkpiste ook met de nodige scepsis wordt onthaald. Naast de eerder in voetnoot vermelde reacties, is er ook deze van Ludo Vandamme op 27 september 2011:

“Ben inderdaad met de familie Lauwerin aan de slag, en kan bevestigen of stellen dat:

1. Jelle Haemers en Tims Soens, die inderdaad de meest actuele stand van het wetenschappelijk onderzoek geven, stilzwijgend voorbijgaan aan deze 'hypothese'.

2. Van de familie Lauwerin (Laurin) slechts één wapenschild bekend is (zie ons handschrift De Hooghe op www.historischebronnenbrugge.be; zie ook op het nog niet eerder geidentificeerde geschilderde portret van Matthias Laurin, zoon en erfopvolger van Hiëronymus in een Oost-Europese verzameling6.

3. Het een welbekend fenomeen is dat genealogen hun gegevens pogen te linken aan 'bekende' families, ook al moeten ze daartoe hun 'sérieux' op het spel zetten.

 

Pascal Eernaert maakte op 29 september 2011 wat reacties over met de vermelding “Hieronder vindt u de weerslag van een aantal mails die naar aanleiding van uw suggestie binnenkwamen. U hebt in elk geval een debat geopend “.

 

http://cdn2.all-art.org/baroque/images/portrait/45.jpg

Betwisting details

Voorgaand detail van het schilderij geeft aan dat het hier niet om drie zwanen, maar om twee zwanen en een ruiter op een wit paard gaat. De afgebeelde man draagt een zwarte mantel en kap die de zijn donker haar extra beklemtoont. Hij poseert vóór een rivierlandschap waarover de schermer valt. De boom is eerder een palmboom dan een laurierboom. Dit element is hoogst ongebruikelijk in een noordelijk Europees landschap, en is mogelijk ook een verwijzing naar de Passie van Christus. De man die op de oever een wit paard berijdt, is mogelijk een allusie op Revelaties van de H. Johannes (6,2) die door middeleeuwse exegeten werd beschreven als de victorieuze Christus. Het motief is dan consistent met de zwanen, waarbij de zwanenzang werd geassocieerd met de Passie van Christus. Mogelijk had Memling het martelaarschap in het Nieuw Testament in het achterhoofd. De munt is een antieke afbeelding van keizer Nero (54-68), de vervolger van de christenen in Rome (Tacitus, Annalen XV,44).

Conclusie

Voorlopig kunnen we geen definitieve conclusies trekken. De oorspronkelijke denkpiste m.b.t. de  heraldische kenmerken (laurierboom en de drie zwanen) is ook betwistbaar.


Genealogie Laurentii

Numquam solus incedes

 

 

Inhoud

Blog

Documenten

Foto's

Gezinnen

Stamboom

Startpagina

Thematisch

Verhalen

Verwante families

 

 

 

1 Zie ook de beschrijving van Jozef De Paepe en Daniël Haerens in "Sint-Laureins in vogelvlucht – Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk van Watervliet".

2  Repliek van Dr. Noël Geirnaert, hoofdarchivaris Stadsarchief Brugge op 27 september 2011: “De stelling dat de geportretteerde een lid van de familie Laurin (Lauwerein, Laurinus...) is, werd reeds gepubliceerd door Fons Dewitte, 'Le portrait à Bruges aux XVe et XVIe siècles par manière d' inventaire' in: "Als ich can". Liber Amicorum in Memory of Professor Dr. Maurits Smeyers, vol. 1, Leuven, 2002, p. 573-582 (Corpus of illuminated Manuscripts, vol. 11, Low Countries Series 8, edited by Bert Cardon). Dewitte identificeert het paneel als een portret van Hieronymus Laurin (1452/3 - 1509), vader van Marcus Laurin (1488-1540), deken van Sint-Donaas en bevriend met Erasmus, grootvader van Marcus jr., (1525-1581), zoon van Matthias, en de beschermer van Hubertus Goltzius en vermaard humanistisch bibliofiel en numismaat. Dewitte verwijst naar de datering van Dirk De Vos (1480 of later), en suggereert 1502. Niettegenstaande het artikel in een zeer prestigieuze publicatie verscheen, is de opvatting van Dewitte nog door niemand overgenomen, ook niet in de biografie van Hiëronymus Laurin door Jelle Haemers en Tim Soens, in het Nationaal Biografisch Woordenboek, vol. 18, Brussel, 2007, kol. 584-591 met ill. tegenover kol. 457-458. Ik zou de hypothese van Fons Dewitte niet zomaar verwerpen, wegens de analogie met het wapenschild. Dat zijn artikel nooit wordt geciteerd komt waarschijnlijk door de weinigzeggende titel, waardoor het onopgemerkt is gebleven.” Het Art Departement COE voegde hieraan toe: “Ik zou het ook niet zo 123 verwerpen, maar verschillende collega’s (onder ander meer Lorne Campbell, Paula Nuttall, Barbara Lane en yours truly) vinden de identificatie met Bembo duidelijk overtuigender. Ook vanwege het feit dat het KMSKA portret ooit door Vivant Denon in Italië als Antonello da Messina werd aangekocht voor het in de collectie van Ertborn werd opgenomen. En de laurier, palm enz zijn terug te vinden op het embleem van Bembo op het portret van Ginevra di Benci van Leonardo. Hoe dan ook, ik heb die artikel van Dewitte ook over het hoofd gezien in het Liber amicorum. Eventueel opnemen als alternatieve identificatie met dan literatuurverwijs.”

3 Het eerste spoor van Hans Memling is zijn inschrijving als burger van Brugge op 30 januari 1465. Hij wordt Jan van Minnelinghe geheten, zoon van Hamman, geboren in Seligenstadt. Tot dan meende men dat hij uit Mainz afkomstig was. Hamma Momilingen en zijn vrouw Luca Stirn zijn in 1450 of 1451 in Seligenstadt gestorven. Zij waren wellicht zelf afkomstig uit Mömlingen, een 25 km zuidelijker gelegen dorp aan de Mömling, een zijrivier van de Main. Memling zelf heeft de banden met zijn geboortestad nooit verbroken, want lang na zijn dood werden er nog jaarmissen voor hem opgedragen. Hij wordt er Henne Mommelings genoemd. In Brugge zelf liet Memling zich wellicht als Hans aanspreken. Hij staat immers vaak geboekstaafd als Meester Hans, zelfs na zijn dood (Maistre Hans, den duytschen Hans). Op twee werken van hem voor het Sint-Janshospitaal staat op de lijst een opschrift met zijn naam dat door hemzelf moet zijn aangebracht: de familienaam luidt er MEMLING. Het is aldus de schilder zelf die zijn naam in Brugge vereeuwigde, als een vervlaamste fonetische verkorting van de Duitse vorm, en deze schrijfwijze moet dan ook de enige juiste zijn.

4 De verrassende Keulse compositorische invloed, precies in zijn vroegste werken, een zekere weekheid en lieftalligheid in uitdrukking en vormgeving en de blijvende interesse gedurende heel zijn carrière voor Duitse typologische modellen, tonen aan dat de band met de Rijnstreek verder reikte dan zijn afkomst alleen. Memling moet een eerste leertijd in Duitsland hebben doorgemaakt. Hij heeft in ieder geval de bekendste Keulse altaarstukken, vooral die van Stefan Lochner, visueel zo sterk in zich opgenomen dat zij steeds op een of andere wijze in zijn fundamenteel Zuid-Nederlandse beeldtaal de kop opsteken. Met name de Ursulaschrijn is een bewijsstuk, omdat deze reliekschrijn zeer gedetailleerde landschappen bevat die de Keulse skyline waarheidsgetrouw weergeven.

5 Memlings artistieke achtergronden zijn nog niet met zekerheid vastgesteld. Volgens de Italiaanse kunstenaarsbiograaf Giorgio Vasari (1511-1574) zou hij een leerling van de beroemde Brusselse schilder Rogier van der Weyden geweest zijn tot diens dood in 1464. Over een langdurig contact met de kunst van de grootste schilder van dat ogenblik, Rogier van der Weyden, kan geen twijfel meer bestaan. Stijl, types en composities hebben Memling zo sterk bepaald dat nagenoeg alle auteurs het eens zijn over een oponthoud van Memling als gezel in het atelier van van der Weyden. Ook na zijn dood bleef dit gegeven bekend. Ook de biograaf Guicciardini, die jarenlang in de Nederlanden verbleef, schreef dat Hans de leerling was van Rogier van der Weyden van Brussel. Naar het systeem van Jan van Eyck (1390-1444), wiens werken hij grondig bestudeerde, leerde hij schilderen met olieverf.

6 We zijn deze niet op het spoor gekomen.