StamboomLaurentii.jpg

 

 

Verhalen - 1434-1481 – Naamgenoten bij de poorters van Gent

                                           

In de poorterboeken van Gent kwamen verschillende naamgenoten voor. Corneel Lauwers, zoon van Ma(a)r(ten) werd ingeschreven "buten graeuwer poorten" met Victor Symoens, Corduwanier1 in de Skymanstraat, Geert Boeye, melding Bijloken, en Arent De Cleerc die op 8 april 1478 vertrokken was. De inschrijving dateerde van 29 december 1478. Corneel was geboren in de Axelambacht te Roeselare en had geen kinderen. Robert Lauwers, zoon van Jan Lauwers, werd ingeschreven op 29 oktober 1481. Hij was getrouwd met Jeanne Van der Stichelen en was geboren in Engeland. Zijn inschrijving droeg de melding "Hooiaerd in den Inghele". Mogelijk is er een verwantschap met de emigrant Jan Lauwens die te Zierikzee, Zeeuws-Vlaanderen, in 1436 naar Engeland was getrokken.

Jan Lauwers trad in 1434 te Gent op als borg samen met Jan De Provoost, wanneer deze laatste geld ontving van Gelnoot Hoobrechts en Claeys Van den Bergh, voogd van wees Hennekin Hoobrecht (zoon van Jan Hoobrecht), en dit overgeleend van Jan Willebrand.

Op 9 juni 1477 was er de melding van Joos Lauwa(e)rt, zoon van Godevaert Lauwaert, gehuwd en met vijf zonen en drie dochters. Hij werd geboren te Sint-Jans-Leerne en werd ingeschreven "buten ketelpoorten" met Willem De Cloet. In 1487 werd zijn weduwe, jonkvrouw Johanna s'Graeven vermeld, een dochter van Livien s’ Graeven, op dat moment gehuwd met Simon De Caluwé, een schipmaker geboren te Axel. Zij woonde op dat moment aan de Vismarkt met Geert de Graeve.

De Ketelpoort dankte zijn naam aan de vestingwerken rond de sluizen. Het waren bouwwerken die er naar verluid uitzagen als omgekeerde ketels of kuipen. De grote sluis aan de Leie nabij de Ketelpoort was ook bekend als het Kuypgat of de Kuyppoort.

Afbeeldingen: De Brugse poort in 16362, de Antwerpse poort en de Dendermondse poort van Gent. In de 19e eeuwen verdwenen de meeste van deze vestigingswerken.http://www.freewebs.com/gent_steyaert/Dendermondse%20poort%203.jpg

 

illustratie

 

http://www.freewebs.com/gent_steyaert/Spitaelpoort%201534%20(Van%20Den%20Eynde).2.jpg

 

 

 

 

 

1434 - Jan Lauwers treedt op als borg te Gent

Jan Lauwers trad in 1434 te Gent op als borg samen met Jan De Provoost, wanneer deze laatste geld ontving van Gelnoot Hoobrechts en Claeys Van den Bergh, voogd van wees Hennekin Hoobrecht (zoon van Jan Hoobrecht), en dit overgeleend van Jan Willebrand.

 

Er zijn latere vermeldingen tot de 17e en de 18e eeuw, wat een blijvende aanwezigheid in de Fiere Stede of de Arteveldestad bevestigde. Marie Katrien Lauwers werd vermeld op 22 juni 1736. Zij was een dochter van Pieter Lauwers en Barbara Pinel, geboren op 8 maart 1691 te Gent.

Op 21 november 1741 werd Gillis Lauwaert vermeld, een zoon van Adriaan en Suzanne Van Aelst, geboren te Gent op 3 mei 1671. Hij was gehuwd met Agnes Wauters, geboren te Peer. Hun dochter Françoise werd eveneens vermeld.

Afbeelding: een stadsplattegrond van Gent in 1576

http://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/7/74/Ghent%2C_Belgium_%3B_Braun_%26_Hogenberg_1576.jpg

 

 

 

Genealogie Laurentii

Numquam solus incedes

 

 

Inhoud

Blog

Documenten

Foto's

Gezinnen

Stamboom

Startpagina

Thematisch

Verhalen

Verwante families

 

 

 

Voetnoten

 

1 De term ‘Corduwanier’  is een vertaling van het Franse woord ‘cordonnier’. Een Corduwanier is een leerbewerker. Volgens de Engelsen is ‘Cordwainer’ geïntroduceerd na de Noorse invasie van Engeland in het jaar 1066. De naam ‘Corduwanier’, of zo men wil ‘Cordwainer’, vindt zijn oorsprong in de stad Cordoba, in het zuiden van Spanje. Totdat de stad viel, zo rond de 12e eeuw, was het een bolwerk van de Omeyyad Kalifs. Het inmiddels Moorse Cordoba genoot in de vroege middeleeuwen van een welvarendheid op basis van twee belangrijke inkomsten; het zilverwerk van de zilversmeden en de productie en verwerking van Cordobaans leer. Cordobaans leer werd van oorsprong gemaakt van de huid van de zogenaamde musoli geiten, en het leer werd bewerkt door de Moren volgens een speciaal procedé dat alleen bij de Moren bekend was. Totdat Engelse plunderaars door het land trokken en met scheepsladingen vol buit terugkeerden naar Engeland, inclusief het fijnste leer dat ooit door een Engelse schoenmaker was aanschouwd. Schoeisel gemaakt van dit fel begeerde Cordobaans leer werd al snel over heel Europa razend populair. Al sinds de middeleeuwen is de naam ‘Corduwanier’ een eervolle titel geworden voor de betere schoenmaker (hij die schoenen maakt; dus niet repareert). In het centrum van Gent is er nog steeds een Corduwanierstraat.

2 Gravure van P. de Jode bij de ontvangst van de Prins Kardinaal te Gent, uit G. Becanus S.J.: “S.P. Ferdinandi Triumphalis Introïtus in Gandavum, uitg. J. Meursius, Antwerpen 1636.