Afbeelding met tekening

Automatisch gegenereerde beschrijving

© Laurentii.be, 2026

 

Genealogie Laurentii

Numquam solus incedes

 

Inhoud (hoofdmenu)

 

·         Blog

·         E-boeken (pdf)

·         Gezinsreconstructies (per gemeente)

·        Genealogie (deze reeks)

·         Indices (zoekfunctie)

·         Startpagina (Home)

·         Thematisch

·         Verhalen (chronologisch)

·         Verwante families

________________________

Verwante stamlijnenontstaan

Voornaamste stamlijnen, datum ontstaan familiewapen is bij benadering

[*] rechtstreekse voorouders auteur

 

 Lauwens / Lauwers Hombeek-Leest (Kleinbrabant)1568

 Lauwens / Lauwers andere van voorouderlijke lijn1568

^

Afbeelding met symbool, embleem, wapen, clipart

Automatisch gegenereerde beschrijving1468 Lauwereyns van Watervliet

Afbeelding met tekst, symbool

Automatisch gegenereerde beschrijving 1300 Afbeelding met tekst, logo, symbool, tekenfilm

Automatisch gegenereerde beschrijving 1300 Afbeelding met symbool, embleem, wapen, insigne

Automatisch gegenereerde beschrijving1506  1540 Lauwereyns, Lauwerens, Lauwens, Lauwers

1571 Lauwers (graafschap Vlaanderen)

1550 Lauwers (Holland)

1636 Laureinsens

image0561464  Lauwereyns van Terdeghem

^

image006.jpg865-1247  Lauwereyns van Diepenhede (+ heren van Cadzand)

________________________

 

 

BRUg VIII – 000057 - GEZIN Lauwereyns – Peyaert, 1486 Brugge/Mechelen [*]

 

Lauwereyns Hieronimus Afbeelding met symbool, embleem, wapen, clipart

Automatisch gegenereerde beschrijving (Jerome) huwde omstreeks 1486 te Brugge met Jacoba Peyaert (Jacqueline). Hieronimus Lauwereyns werd geboren omstreeks 1453, vermoedelijk te Aardenburg, NL, als zoon van Boudewijn Lauwereyns Afbeelding met tekst, symbool

Automatisch gegenereerde beschrijving (Bavo) [ZIE BRUg VII – 000043]. Jacqueline Peijaert werd geboren als dochter van ridder Matheus Pijnaerts. Zij overleed op 4 mei 1504 en kreeg een grafsteen in de Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk van Watervliet. Jerome had huizen in Brugge en in Mechelen.

 

Hij was ridder van het Gulden Vlies in 1502, gouverneur van de prinsen Karel (latere keizer Karel V) en Ferdinand (latere koning van Duitsland), kanselier en schatbewaarder van Filips De Goede. De namen van polders in Watervliet herinneren aan hem en zijn kinderen: Sint-Jeronimuspolder, Sint-Laureinspolder, Sint-Barbarapolder, Kleine-Juffrouwpolder.

 

·         Mathias Lauwereyns Afbeelding met symbool, embleem, wapen, clipart

Automatisch gegenereerde beschrijving werd geboren omstreeks 1486 te Brugge, heer van Watervliet, Waterland (vanaf 1501), gehuwd met Françoise Ruffault, een dochter van Jan Ruffault, heer van Neufville, en Marie Carlin [ZIE BRUg IX - 000061].

o   Marc Lauwereyns Afbeelding met symbool, embleem, wapen, clipart

Automatisch gegenereerde beschrijving, heer van Watervliet, overleed zonder nageslacht in 1588. Hij was geletterd en auteur van “Inter nobiles doctissimus, inter doctos nobilissimus” en vond zijn laatste rustplaats in Calais.

o   Guy Lauwereyns Afbeelding met symbool, embleem, wapen, clipart

Automatisch gegenereerde beschrijving, heer van Klinckerlant en van Watervliet, was in 1588 burgemeester de la Commune du Franc, en was hetzelfde jaar overleden en begraven in Saint-Maurice te Rijsel. Hij was gehuwd met Françoise de Deurnagele, dochter van Jan de Deurnagele, heer van Vroylant. Zijn echtgenote overleed in mei 1610 en werd begraven te Gent.

o   Jan Lauwereyns Afbeelding met symbool, embleem, wapen, clipart

Automatisch gegenereerde beschrijving, celibatair overleden in Cambray.

·         Barbara Lauwereyns Afbeelding met symbool, embleem, wapen, clipart

Automatisch gegenereerde beschrijving werd geboren omstreeks 1487. Zij was vrouwe van Waterland, en overleed in 1501.

·         Marc Lauwereyns Afbeelding met symbool, embleem, wapen, clipart

Automatisch gegenereerde beschrijving werd geboren op 17 mei 1488 te Brugge. Hij was in 1512 kanunnik van Sint-Donaat, in 1515 coadjutor van deken Goedgebuer, en deken van Sint-Donaat te Brugge tussen 1519-1540. Hij was bevriend met Erasmus tussen 1517-1527 (die bij hem te gast was in 1517, 1519 en 1520), Thomas Morus, de Poolse prelaat J. Dantiscus, Bazelse hoogleraar J. Grynaeus (1531). Hij overleed op 4 november 1540 te Brugge Sint-Donaat.

·         Peter Lauwereyns Afbeelding met symbool, embleem, wapen, clipart

Automatisch gegenereerde beschrijving werd geboren op 7 maart 1489 te Brugge [ZIE BRUg IX - 000063].

·         Marie Lauwereyns Afbeelding met symbool, embleem, wapen, clipart

Automatisch gegenereerde beschrijving werd geboren omstreeks 1490 in Brugge. Zij huwde in 1510 in Dismas met ridder Jean de Berghes, ridder van het Gulden Vlies en raadsheer, en ging bij de naam Vrouwe van Waterdijck.

 

Afbeelding: het wapen van Jean III van Bergen (1452-1532), heer van Walhain, als ridder in de orde van het Gulden vlies, bewaard in de Sint-Romboutkathedraal te Mechelen (uit de tentoonstelling in het Hof van Busleyden, mei 2024 © laurentii.be).

 

Lauwereyns Hieronimus hertrouwde omstreeks 1506 te Brugge met Maria de Strabant de Haye [ZIE BRUg VIII – 000058] en was mogelijk al eens eerder gehuwd met van Yedeghem Catharina. Bovendien had hij in Mechelen een relatie met Isabeau Laroy (Van Roy, De Roy) gehad met wie hij een zoon had die in zijn testament werd erkend. Hij overleed op 1 augustus 1509 in Gent en kreeg een grafmonument in de door hem gestichte Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk te Watervliet. Daarin werden nadien ook echtgenote Marie Strabant en Barbara, een dochter uit het eerste huwelijk, bijgezet.

 

Kinderen Lauwereyns-Strabant 

·         Philibert Lauwereyns Afbeelding met symbool, embleem, wapen, clipart

Automatisch gegenereerde beschrijving, overleden zonder nageslacht

·         Karel Lauwereyns Afbeelding met symbool, embleem, wapen, clipart

Automatisch gegenereerde beschrijving. Hij was naar verluid kinderloos overleden in 1552, al werd een natuurlijke zoon erkend met dezelfde naam. Deze huwde Claudine de Hooghelande, weduwe van Peter Gouput, dochter van Corneel de Hooghelande en Katrien de Ramecourt. Hun zoon was hoofdman van een compagnie Duitsers en had geen nakomelingen.

·             Philipotte Lauwereyns Afbeelding met symbool, embleem, wapen, clipart

Automatisch gegenereerde beschrijving, overleden in 1542, gehuwd met Roland van Berchem, zoon van Gielis van Berchem, raadsheer van Mechelen en heer van Laere (overleden in 1534).

 

 

Er was ook een buitenechtelijk kind met Isabelle Laroy (De Roy, Van Roy), gewettigd in 1509:

·         Jacques Lauwereyns Afbeelding met tekst, logo, symbool, tekenfilm

Automatisch gegenereerde beschrijving werd geboren omstreeks 1479, en werd in 1509 erkend in het testament van Hieronimus. In 1512 was hij secretaris van de Grote Raad van Mechelen [ZIE MEC IX - 000063b] [*].

 

Zijn moeder Isabella van Roy had een zus Jacqueline die op 7 november in Mechelen Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle op 7 november 1588 huwde met Peter Walschaerts (RAB/Mechelen (OLV) f VR 318739/15). De familienaam dook ook op bij de nakomelingen van Jacques.

 

Peter Walschaerts zou op 4 februari 1607 hertrouwen in Mechelen Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle met Catharina Bogaerts. Bovendien was de familie verwant met Vermeeren, die aantrouwden bij de kinderen van kleinzoon Joris Lauwereyns .

 

 

Blog 1480 - "Man met Romeinse munt" van Hans Memling: Hieronymus Lauwereyns?

 

Tekstvak:  In juni 2016 maakte het schilderij "Man met Romeinse munt" deel uit van een expositie in het Rockoxhuis in de Keizerstraat in Antwerpen. Het hing er te leen uit de collectie van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten van Antwerpen tijdens de renovatiewerken.

 

Er is een academische discussie over wie nu eigenlijk de afgebeelde persoon is op het schilderij.

 

Eén theorie houdt het op de Bruggeling Hieronymus Lauwereyns Afbeelding met symbool, embleem, wapen, clipart

Automatisch gegenereerde beschrijving[1]. "Man met Romeinse munt" werd geschilderd door Hans Memling, een bevriende stad- en tijdsgenoot van Hieronymus, omstreeks 1479-1480. Daar waren meerdere redenen voor: de familie Lauwereyns verzamelde Romeinse munten, had banden met Italië via verblijven in Bologna, en het schilderij bevatte een onmiskenbare verwijzing naar het familiewapen.  Dit verklaarde de munt, de Italiaanse kleding en de achtergrond, een verwijzing naar het familiewapen - kenmerkend voor de portretkunst van Hans Memling. Het landschap bevatte niet toevallig de afbeeldingen van zwanen en een (laurier)boom of laurierbladeren, elementen uit het meest gekende familiewapen van de familie Lauwereyns .

 

Hieronymus was geboren omstreeks 1453 en was op het moment van het portret, dus 26 tot 27 jaar oud. Allicht was de verwijzing naar dit familiewapen ook een knipoog naar de geschiedenis. Hieronymus Lauwereyns was een buitenechtelijk kind, mocht het wapen van zijn vader niet voeren, en zou zijn eigen familiewapen creëren als (eerste) heer van Watervliet.

 

 

Hans Memling

 

Hans Memling was vermoedelijk geboren tussen 1430 en 1440, in het Duitse Seligenstadt aan de Mainz, bij Frankfurt, overleed in Brugge op 11 augustus 1494, en werd begraven op de begraafplaats van de Sint-Gillisparochie waar hij woonde. Zijn naam werd ook gespeld als Memlinc, Memlinck, Mamlinc, Memmelinge, Memmeling en Memelingen[2]. Als zijn voornaam wordt ook wel Jan genoemd en, naar de plaats waar hij werkte, Hans van Brugge.  Zijn moeder Luca Styrn was eerst gehuwd met Henricus Appel. Haar tweede man was Hamman Momilingen, de vader van de kunstschilder.

 

Uit stijl- en gevarieerde kleurverwantschap met Stefan Lochner[3] leidde men af dat Memling langs een verblijf in Keulen naar Vlaanderen afzakte, vóór 1451, het sterfjaar van Lochner.

 

Vermoedelijk tussen 1451 en 1465, toen hij zich te Brugge kwam vestigen, genoot Memling een opleiding bij die andere meester der Vlaamse Primitieven Rogier van der Weyden[4], in Brussel. Op 30 januari 1465 werd hij ingeschreven in de Poortersboeken van de stad Brugge. Op dat moment was hij niet onbemiddeld, want de Poortersmelding kostte hem 24 schellingen en dat was toch het maandloon van een handwerker. Op dat ogenblik was Brugge de geliefde verblijfplaats van het Bourgondisch Hof, centrum van internationale handelscompagnieën en bedrijvig in de geldhandel. In 1467 werd hij ingeschreven in het Brugse St. Lukasgilde. Hij gaf daar de portretkunst een nieuwe wending door de traditionele donkere achtergrond te vervangen door een interieur of een landschap. In 1473 trad hij toe tot de gerenommeerde Broederschap van O.L.V. ter Sneeuw. Daarmee bereikte hij een aanzienlijke sociale status en behoorde hij meteen tot de hoogst bereikbare top als ambachtsman.

 

Memling bezat in 1486 2 stenen huizen in de Sint-Jorisstraat, waar hij woonde, en met een poort uitgevend in de Jan Miraelstraat. In 1466 was één van die huizen al in zijn bezit. Hij kon er zelfs tot twee leerlingen onderdak geven. Hannekin Veranneman[5] en Paschier van der Mersch waren er een paar van. Hij behoorde toen tot de 10% rijkste burgers van Brugge en tot de 875 inwoners, die minstens 1 pond belasting moesten inbrengen voor het bekostigen van de oorlog tussen Maximiliaan van Oostenrijk en Frankrijk. De daaropvolgende economische crisis zou hem echter wel financieel duperen. Zijn vrouw, Tanne de Valkenaere, stierf in 1486. Ze liet hem de minderjarige Hannekin, Neelkin en Claykin achter. Bij zijn dood op 11 augustus 1494 had Memling blijkbaar niet genoeg geld om in de kerk van de Sint-Gillis-parochie begraven te worden, zoals gebruikelijk bij de hogere Brugse kringen.

 

Het gebruik van het atmosferisch perspectief en het steeds herhalen van het schoonheidsideaal van bepaalde figuren, opvallend bij de Madonnafiguur, werd zelfs uitgezuiverd bij de talloze portretten. Heel typisch hierbij was de aandacht voor het afbeelden van heraldiek en totaal nieuw was het plaatsen van personages in een landschap. Memling werkte voornamelijk voor een burgerlijke clientèle.

 

Portret van een onbekende Dame en het rechterluik van de Madonna van Nieuwenhove, allebei uit het Oud Sint-Janshospitaal te Brugge, de Portinariportretten uit het Metropolitan Museum of Art in New York, Portret van een man in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Brussel, een Portret van een onbekende jonge man in het Musée des Beaux-Arts te Montréal en een Portret van een jonge Man uit de Gallerie dell'Accademia van Venetië getuigden hiervan. Ook de Portretten van het echtpaar Moreel in het Museum voor Schone Kunsten in Brussel, Benedetto Portinari in het Uffizi van Florence en het Portret van een Man in het Mauritshuis te Den Haag ontstonden volgens eenzelfde concept. Het portret van “Man met Romeinse munt” hoorde thuis in deze reeks.

 

In vergelijking met andere schilders uit de 15e eeuw was van Memling opvallend veel werk bewaard gebleven. Bovendien was van een aanzienlijk deel de opdrachtgever bekend. Daaruit viel op te maken dat Memling voornamelijk werkte voor een burgerlijke clientèle. Daaronder waren Bruggelingen, maar ook een fors aantal Italianen en Spanjaarden. Dit waren rijke kooplieden die zich graag lieten portretteren. Voor hun portret kozen zij de schilder die hun waardige persoonlijkheid het meest treffend kon neerzetten. In veel romantische teksten over Memling werd diens aimabele persoonlijkheid breed uitgemeten en werd gesuggereerd dat Memling de kunst verstond om mensen zo te portretteren dat zij er intelligent, nobel en aantrekkelijk uitzagen, zonder daarbij de werkelijkheid al te veel geweld aan te doen. Omstreeks 1480 trouwde hij met Anne de Valkenaere; in die tijd kocht hij drie huizen, waaruit bleek dat hij rijk was geworden. Tot de vele opdrachtgevers in Brugge behoorde burgemeester Maarten van Nieuwenhove. Memling portretteerde hem op een diptiek (tweeluik), tegenover een 'Madonna met kind' (1487, Memlinc Museum, Brugge).

 

 

Enkele argumenten op een rij

 

Tekstvak:   (1)          De vader van Hieronymus Lauwereyns (Laurinus, Laurin, Laurijns) voerde een familiewapen met drie zwanen en een laurierboom. Hieronymus had een zoon Matthias Lauwereyns (gehuwd met Françoise Ruffault te Brugge, geboren in 1486) uit zijn eerste huwelijk met Jacqueline Pedaert, en was zelf geboren in 1453 als ‘bastaardzoon’ van Boudewijn Lauwereyns Afbeelding met tekst, symbool

Automatisch gegenereerde beschrijving en een onbekende vrouw (“concubine”). De familie Lauwereyns droeg een familiewapen met zwanen en een laurierboom in voorgaande en volgende generaties in Brugge. De ooievaar links in het schilderij en de witte ruiter die één zwaan vervangt, konden een knipoog zijn naar de betwiste afkomst van de geportretteerde.

 

(2)          Heel typisch voor de schilderkunst van Memling was de aandacht voor het afbeelden van heraldiek en totaal nieuw was het plaatsen van personages in een landschap. Men had deze kenmerken ook proberen te associëren met de Italiaan Bembo, waarbij men de zwanen - het derde werd gewisseld door een ruiter op een wit paard - uit het oog verloor. Het was geen toeval dat de zwanen en de boom voorkwamen op de achtergrond. Ook de laurierbladeren konden worden beschouwd als een verwijzing naar de familienaam.

 

 

(3)          Lauwereyns was een bemiddelde en vooraanstaande Brugse familie die in dezelfde kringen verkeerde als schilder Hans Memling. Hieronymus was trésorier-generaal of algemeen schatbewaarder van Filips de Schone en hij was de voogd van diens kinderen Karel (later keizer Karel V) en Ferdinand (latere koning van Duitsland), en hij oefende diverse functies uit aan het Habsburgse hof. De familie had de middelen en het aanzien om een portret te laten schilderen door Memling.

 

(4)          Hieronymus, heer van Watervliet, was een tijdgenoot van schilder Hans Memling. Hij was behalve van Matthias, ook de vader van Marcus, de deken van de Sint-Donaatskathedraal.

 

Tekstvak:  Afbeelding: Sesterties van keizer Nero (54-68 n. Chr.). Op het schilderij werd een soortgelijke sesterties afgebeeld.

 

(5)          Zijn kleinzoon Marcus Laurinus Afbeelding met symbool, embleem, wapen, clipart

Automatisch gegenereerde beschrijving was gekend als numismaat met een voorliefde voor Romeinse munten. Hij breidde de overgeërfde collectie munten uit. Vanaf zijn jeugdjaren had hij een passie van het verzamelen. Hij wijdde er zijn ganse leven aan en bleef ongehuwd. Hij legde een uitgebreide collectie oude munten aan en nam zich voor een geschiedenis van de Oudheid te schrijven, op basis van munten en epigrafische teksten.

 

Om dit te realiseren deed hij beroep op Hubertus Goltzius en financierde hij zijn reizen. Van 1558 tot 1560 trok Goltzius door Europa om er munten te kopen voor Marcus en om van duizenden munten tekeningen te maken. Er zouden tweemaal zes volumes worden gepubliceerd, de ene gewijd aan de Griekse, de andere aan de Romeinse munten. Om dit te realiseren financierde Marcus in 1562 een drukkerij die door Goltzius zou geleid worden. In 1563 verscheen een eerste volume, gewijd aan Julius Caesar. In 1566 (het jaar van de Beeldenstorm) een tweede, gewijd aan de munten onder de consuls. Het derde volume was gewijd aan keizer Augustus. In 1573 verscheen een eerste volume over Griekse munten. Naast het werk van Marcus Laurinus, drukte Goltzius nog negen andere boeken die tot de humanistenliteratuur gerekend worden. De drukkerij bleef zwaar verlieslatend en kostte Marcus een fortuin.

 

(6)          Waarom het schilderij niet in handen van de familie bleef? In 1578 kwam een Calvinistisch bestuur aan de macht in Brugge. Aan Marcus Laurinus werd bevolen zijn buitenverblijf, voor de poorten van Sint-Kruis, te slopen. Op 24 februari 1580 werd hij door dit bestuur uit Brugge verbannen. Hij nam zijn collecties mee, maar onderweg naar Oostende werd hij beroofd. Hij reisde verder naar Calais waar hij, helemaal berooid, op 14 maart 1581 overleed.

 

Nabij Calais was Marc Lauwerijn overvallen door Engelse of Staatse troepen uit Oostende en beroofd. Het handschrift Smetius kwam in handen van een Engelse hopman en werd meegenomen naar Engeland. In Engeland zou het te koop aangeboden worden aan van der Does, die het met de hulp van de Leidse bibliotheek aankocht. Van der Does zou het in druk geven, een uitgave onder het beheer van Lipsius, waarbij drukker Frans Raphelingius 500 pond kreeg betaald. In het jaar 1587, toen het werk van Smetius naar de bibliotheek van de Leidse hogeschool overkwam, had van der Does ook Griekse en Latijnse werken aangekocht uit de verzameling van hoogleraar Tekstvak:  Vulcanius, voor de som van 355 pond.

 

(7)          Familieleden studeerden in Italië. Kleinzoon Marc Lauwereyns via erfopvolger zoon Matthias, studeerde bv. in Bologna, wat een voorliefde voor Italiaanse kleding verklaart. Als welgestelde Bruggelingen kon men zich deze bovendien veroorloven. Het zwarte gewaad, aan de hals met een veter gestrikt, was typisch voor de Italiaanse mode in de 15e eeuw.

 

(8) Er waren onmiskenbare fysiologische gelijkenissen met een andere gekende afbeelding van Hieronymus Lauwereyns, met name het beeldhouwwerk van zijn grafmonument in de Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk van Watervliet in 1509. Het grafmonument werd gerestaureerd na de Franse bezetting in 1794, waardoor er alsnog onduidelijkheid was over de nauwkeurigheid van de voorstelling[6].

 

Het dient gezegd dat deze denkpiste ook met de nodige scepsis werd onthaald. Naast de eerder in voetnoot vermelde reacties, was er ook deze van Ludo Vandamme op 27 september 2011:

 

“Ben inderdaad met de familie Lauwerin aan de slag, en kan bevestigen of stellen dat:

1. Jelle Haemers en Tims Soens, die inderdaad de meest actuele stand van het wetenschappelijk onderzoek geven, stilzwijgend voorbijgaan aan deze 'hypothese'.

2. Van de familie Lauwerin (Laurin) slechts één wapenschild bekend is (zie ons handschrift De Hooghe op www.historischebronnenbrugge.be; zie ook op het nog niet eerder geïdentificeerde geschilderde portret van Matthias Laurin, zoon en erfopvolger van Hiëronymus in een Oost-Europese verzameling[7].

3. Het een welbekend fenomeen is dat genealogen hun gegevens pogen te linken aan 'bekende' families, ook al moeten ze daartoe hun 'sérieux' op het spel zetten. “

 

Pascal Eernaert maakte op 29 september 2011 wat reacties over met de vermelding “Hieronder vindt u de weerslag van een aantal mails die naar aanleiding van uw suggestie binnenkwamen. U hebt in elk geval een debat geopend “.

 

 

Tekstvak:

 

Betwisting details

 

Voorgaand detail van het schilderij gaf aan dat het hier niet om drie zwanen, maar om twee zwanen en een ruiter op een wit paard ging. De afgebeelde man droeg een zwarte mantel en kap die zijn donker haar extra beklemtoonde. Hij poseerde vóór een rivierlandschap waarover de schemer viel. De boom was eerder een palmboom dan een laurierboom. Dit element was hoogst ongebruikelijk in een noordelijk Europees landschap, en was mogelijk een verwijzing naar de Passie van Christus.

 

De man die op de oever een wit paard bereed, was mogelijk een allusie op Revelaties van de H. Johannes (6,2) die door middeleeuwse exegeten werd beschreven als de victorieuze Christus. Het motief wais dan consistent met de zwanen, waarbij de zwanenzang werd geassocieerd met de Passie van ChristusMogelijk had Memling het martelaarschap in het Nieuw Testament in het achterhoofd. De munt was een antieke afbeelding van keizer Nero (54-68), de vervolger van de christenen in Rome (Tacitus, Annalen XV,44).

 

Conclusie

Voorlopig konden we geen uitsluitsel geven. De oorspronkelijke denkpiste m.b.t. de  heraldische kenmerken (laurierboom en de drie zwanen) was ook betwistbaar.

 

© Eigen foto's "Man met munt", expositie Rockoxhuis, Antwerpen, 2016. Foto munt uit private collectie. Heraldisch embleem: gestileerde tekening van Liesbet Lauwens, 2014. Foto grafmonument in de Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk van Watervliet van (c) Roel Renmans, juli 2010, gepubliceerd met toestemming in de context van dit artikel.

Afbeelding met symbool, embleem

Automatisch gegenereerde beschrijvingAfbeelding met symbool, embleem, insigne, rood

Automatisch gegenereerde beschrijvingAfbeeldingen: de familiewapens Peyaert in 1488 (links) en de Strabant in 1530 (onder publiek domein, bron: genealogie Gerard Van Waes).

Foto links: gipsen replica van het standbeeld van Margaretha van Oostenrijk in het Hof van Busleyden, mei 2024 © laurentii.be. Het originele standbeeld stond lange tijd in het midden van de Grote Markt van Mechelen.

 

Afbeelding met kunst, Snijwerk, beeldhouwwerk, overdekt

Automatisch gegenereerde beschrijvingFoto onder: Het stadspaleis van Jerome Lauwereyns te Mechelen. In 1508 ging het over in de handen van Margaretha van Oostenrijk, die er vanaf dan residentie hield. Vandaag de dag is het bekend als het "Paleis van Margaretha van Oostenrijk" of het gerechtshof van Mechelen.

Afbeelding met gebouw, buitenshuis, hemel, Middeleeuwse architectuur

Automatisch gegenereerde beschrijving

 

 

Jerome Lauwereyns, de heer van Watervliet

Boudewijn Lauwereyns Afbeelding met tekst, symbool

Automatisch gegenereerde beschrijving had omstreeks 1453 een minnares van wie Jerome Lauwereyns Afbeelding met symbool, embleem, wapen, clipart

Automatisch gegenereerde beschrijving afstamt, geboren in Brugge[8]. Jeromes Lauwereyns was een bastaardzoon, ontvanger van Oost-Vlaanderen, nadien ridder, en werd heer van Watervliet, Waterland, Waterdijk, Poortvliet, Nieuwvliet en algemeen schatbewaarder van de aartshertog Philip de Schone en topambtenaar van het Bourgondisch-Habsburgse rijk. Door tegenstanders werd hij afgunstig als een "inhalige en spilzuchtige parvenu" beschreven, maar hij was vooral ambitieus en hield er een adellijke levensstijl op na ondanks zijn bescheiden afkomst. Bij deze levensstijl ("vivre noblement") hoorde een het gebruik van eigen Afbeelding met kunst, Artefact, Snijwerk, reliëf

Automatisch gegenereerde beschrijvingheraldische tekens, paardrijden, de jacht, het verwerven van heerlijkheden[9]. Die verbondenheid met de grafelijke ambtenarij en de titels die hij kon voeren, maakten dat hij tot de "nieuwe adel" van die tijd behoorde.

Afbeelding: het grafmonument van Jerome Lauwereyns en Marie Strabant in de Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk te Watervliet. Tussen hen werd dochter Barbara afgebeeld. Het oorspronkelijke graf werd tijdens de Franse bezetting van 1794 vernietigd, en dit is een (niet altijd nauwkeurige) met gips gemouleerde reconstructie op basis van de gevonden gisanten fragmenten.

Jerome Lauwereyns huwde Jacqueline Peyaert, dochter van ridder Mathieu Pedaert (Peyaert), heer van Hamme en Clichthove. Na haar overlijden op 4 mei 1504, hertrouwde hij Marie Strabant. Jerome Lauweryens was in 1477 in navolging van zijn vader klerk van de algemeen ontvanger van Vlaanderen. Roeland le Fevere bewerkstelligde dat hij in 1486 werd benoemd tot ontvanger van de kasselrij van het Brugse Vrije, een functie waarin hij zich niet populair maakte bij de Brugse bevolking.

In 1488 kwamen de Vlaamse steden in opstand tegen de landsheer Maximiliaan van Oostenrijk en Jerome werd gearresteerd met le Fevere, Lanchals en Mathieu Pedaert. Die laatste, zijn schoonvader, werd op 5 maart 1488 gearresteerd en uitgeleverd aan Gent en hij werd er met Lanchals terechtgesteld. Jerome werd uit al zijn functies ontzet, maar werd in 1489 opnieuw benoemd tot ontvanger van het Brugse Vrije, tot 1498. In 1497 was hij ook grafelijk ontvanger geworden van Sluis, en in 1498 werd hij algemeen-ontvanger van de beden van Vlaanderen, om in 1499 trezorier-generaal te worden van domeinen en financiën.

In 1501 werd hij door Filips de Schone verheven in de adelstand en kreeg hij van de aartshertog het recht om op de Sint-Christoffelpolder de heerlijkheid Watervliet te stichten. Samen met de verwante familie de Baenst was hij vanaf 1498 in de inpoldering gaan investeren. In 1505 pachtte hij ook de heerlijkheid Poortvliet in Zeeuws-Vlaanderen. Zijn dochter Barbara kreeg het achterleen Waterland in haar bezit bij haar huwelijk, waardoor zij vrouwe van Waterland werd en zijn dochter Marie verwierf zo Waterdijk waardoor zij vrouwe van Waterdijcke werd. Hij liet de Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk in Watervliet bouwen, en tussen 1504 en 1509 werden de fundamenten gelegd voor de Sint-Jacobskerk in Waterdijk.

 

Na een ernstige ziekte, dicteerde hij de avond van 21 juli 1509 zijn testament aan Peter van Gouda en hij overleed twee weken later in Den Haag. Hij werd begraven te Watervliet in een praalgraf[10]. In dit graf werd ook Marie Strabant en zijn dochter Barbara, uit het eerste huwelijk, begraven. Het testament werd geschreven op perkament in het huis van Vincent Cornelis in Voorhout in Zuid-Holland en de getuigen kwamen uit Utrecht: Jacob Ruysch, deken van Den Haag, Vincent Cornelis, Corneel Barthold, Willem Joannes en Gillis Maillet[11]. De executeurs van het testament waren zoon Jacques Lauwereyns, Jan van Belle, de echtgenoot van Agnès Boele, dochter van halfzus Marie Lauwereyns Afbeelding met tekst, symbool

Automatisch gegenereerde beschrijving, en Filips van den Berghe die gehuwd was met Jeromes schoonzus Katrien Peyaert, en die zetelde in de schepenbank van Brugge.

 

 

De band met Margaretha van Oostenrijk

 

Jerome Lauwereyns diende drie vorsten: Maximiliaan I van Habsburg, Filips de Schone, en Margaretha van Oostenrijk. In 1508 werd zijn stadspaleis in Mechelen verkocht aan Margaretha van Oostenrijk, de landvoogdes van de Habsburgse Nederlanden (1480-1530), dochter van Maximiliaan I van Oostenrijk en Maria van Boergondië, en zus van Filips de Schone.

 

Er was de melding van een geschil met een bastaardzoon van Jerome en Isabelle Laroy, Jacques [erkend in het testament als Lauwereyns]. Deze gebouwen zouden opgaan in het hertogelijk paleis in Mechelen.

 

Margaretha van Oostenrijk deed een voorstel om, bij het overlijden van Jerome in 1509, voor zijn trouwe diensten, voogd te worden van de weeskinderen van Jerome. Dit voogdijschap werd gedelegeerd naar Jan Pieters (voorzitter van de Grote Raad van Mechelen) en Jan van Belle (in 1490 klerk van Jerome en in 1504 gehuwd met Agnès van Boële, kleindochter van Jerome).

 

Afbeelding: poppenspel aan het hof van Margaretha van Oostenrijk ( hof van Savoye), geschilderd zo’n 400 jaar na de gebeurtenis (uit de collectie Hof van Busleyden, © laurentii.be, mei 2024).

 

Het liedboek van Lauwerijn van Watervliet

Omstreeks 1505 werd het "Liedboek" gepubliceerd van Jerome Lauwereyns van Watervliet. Het was een bundel van 63 Franstalige chansons, motetten en wereldlijke Nederlandstalige polyfone liederen, tussen 1495 en 1507 samengesteld[12]. Het leek vooral de bedoeling om de liederen uit zijn geboortestreek te bewaren voor het nageslacht.

 

Ic weet een molenarinne
Van herten alzoo fijn
In alle dese landen
En mach gheen scoender zijn.
Rijck God wou zij mij malen:
Goet cooren zal ic huer halen
Wil zij mijn molenarijnne zijn.

Ic weet een molenarinne
Van herten alzoo fijn
In alle dese landen
En mach gheen scoender zijn.
Rijck God wou zij mij malen:
Goet cooren zal ic huer halen
Wil zij mijn molenarijnne zijn.

Een driestemmige tekst uit het "Liedboek van Lauwerijn van Watervliet" en de Duitse vierstemmige versie gebruikt door Arnold von Bruck[13] (vermoedelijk "van Brugge", 1500-1554), een polyfonist van de Vlaams-Oostenrijkse school die werkte in dienst van het Habsburgse Hof in Wenen.

 

 

 

 

 



[1] Repliek van Dr. Noël Geirnaert, hoofdarchivaris Stadsarchief Brugge op 27 september 2011: “De stelling dat de geportretteerde een lid van de familie Laurin (Lauwerein, Laurinus...) is, werd reeds gepubliceerd door Fons Dewitte, 'Le portrait à Bruges aux XVe et XVIe siècles par manière d' inventaire' in: "Als ich can". Liber Amicorum in Memory of Professor Dr. Maurits Smeyers, vol1, Leuven, 2002, p. 573-582 (Corpus of illuminated Manuscripts, vol. 11, Low Countries Series 8, edited by Bert Cardon). Dewitte identificeert het paneel als een portret van Hieronymus Laurin (1452/3 - 1509), vader van Marcus Laurin (1488-1540), deken van Sint-Donaas en bevriend met Erasmus, grootvader van Marcus jr., (1525-1581), zoon van Matthias, en de beschermer van Hubertus Goltzius en vermaard humanistisch bibliofiel en numismaat. Dewitte verwijst naar de datering van Dirk De Vos (1480 of later), en suggereert 1502. Niettegenstaande het artikel in een zeer prestigieuze publicatie verscheen, is de opvatting van Dewitte nog door niemand overgenomen, ook niet in de biografie van Hiëronymus Laurin door Jelle Haemers en Tim Soens, in het Nationaal Biografisch Woordenboek, vol. 18, Brussel, 2007, kol. 584-591 met ill. tegenover kol. 457-458. Ik zou de hypothese van Fons Dewitte niet zomaar verwerpen, wegens de analogie met het wapenschild. Dat zijn artikel nooit wordt geciteerd komt waarschijnlijk door de weinigzeggende titel, waardoor het onopgemerkt is gebleven.” Het Art Departement COE voegde hieraan toe: “Ik zou het ook niet zo 123 verwerpen, maar verschillende collega’s (onder ander meer Lorne Campbell, Paula Nuttall, Barbara Lane en yours truly) vinden de identificatie met Bembo duidelijk overtuigender. Ook vanwege het feit dat het KMSKA portret ooit door Vivant Denon in Italië als Antonello da Messina werd aangekocht voor het in de collectie van Ertborn werd opgenomen. En de laurier, palm enz zijn terug te vinden op het embleem van Bembo op het portret van Ginevra di Benci van Leonardo. Hoe dan ook, ik heb die artikel van Dewitte ook over het hoofd gezien in het Liber amicorum. Eventueel opnemen als alternatieve identificatie met dan literatuurverwijs.”

[2] Het eerste spoor van Hans Memling was zijn inschrijving als burger van Brugge op 30 januari 1465. Hij werd Jan van Minnelinghe geheten, zoon van Hamman, geboren in Seligenstadt. Tot dan meende men dat hij uit Mainz afkomstig was. Hamman Momilingen en zijn vrouw Luca Stirn waren in 1450 of 1451 in Seligenstadt gestorven. Zij waren wellicht zelf afkomstig uit Mömlingen, een 25 km zuidelijker gelegen dorp aan de Mömling, een zijrivier van de Main. Memling zelf had de banden met zijn geboortestad nooit verbroken, want lang na zijn dood werden er nog jaarmissen voor hem opgedragen. Hij werd er Henne Mommelings genoemd. In Brugge zelf liet Memling zich wellicht als Hans aanspreken. Hij stond immers vaak geboekstaafd als Meester Hans, zelfs na zijn dood (Maistre Hans, den duytschen Hans). Op twee werken van hem voor het Sint-Janshospitaal stond op de lijst een opschrift met zijn naam dat door hemzelf moest zijn aangebracht: de familienaam luidde er MEMLING. Het was aldus de schilder zelf die zijn naam in Brugge vereeuwigde, als een vervlaamste fonetische verkorting van de Duitse vorm, en deze schrijfwijze moest dan ook de enige juiste zijn.

[3] De verrassende Keulse compositorische invloed, precies in zijn vroegste werken, een zekere weekheid en lieftalligheid in uitdrukking en vormgeving en de blijvende interesse gedurende heel zijn carrière voor Duitse typologische modellen, toonden aan dat de band met de Rijnstreek verder reikte dan zijn afkomst alleen. Memling moest een eerste leertijd in Duitsland hebben doorgemaakt. Hij had in ieder geval de bekendste Keulse altaarstukken, vooral die van Stefan Lochner, visueel zo sterk in zich opgenomen dat zij steeds op een of andere wijze in zijn fundamenteel Zuid-Nederlandse beeldtaal de kop opstaken. Met name de Ursulaschrijn was een bewijsstuk, omdat deze reliekschrijn zeer gedetailleerde landschappen bevatte die de Keulse skyline waarheidsgetrouw weergaven.

[4] Memlings artistieke achtergronden zijn nog niet met zekerheid vastgesteld. Volgens de Italiaanse kunstenaarsbiograaf Giorgio Vasari (1511-1574) zou hij een leerling van de beroemde Brusselse schilder Rogier van der Weyden geweest zijn tot diens dood in 1464. Over een langdurig contact met de kunst van de grootste schilder van dat ogenblik, Rogier van der Weyden, kon geen twijfel meer bestaan. Stijl, types en composities hadden Memling zo sterk bepaald dat nagenoeg alle auteurs het eens waren over een oponthoud van Memling als gezel in het atelier van van der Weyden. Ook na zijn dood bleef dit gegeven bekend. De biograaf Guicciardini, die jarenlang in de Nederlanden verbleef, schreef dat Hans de leerling was van Rogier van der Weyden van Brussel. Naar het systeem van Jan van Eyck (1390-1444), wiens werken hij grondig bestudeerde, leerde hij schilderen met olieverf.

[5] De familie was verwant met Lauwereyns.

[6] Zie ook de beschrijving van Jozef De Paepe en Daniël Haerens in "Sint-Laureins in vogelvlucht – Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk van Watervliet en "Het testament van Jeronimus Lauwerein (21 juli 1509) van Nico Dumalin, 2010. Met dank aan Roel Renmans (Zie ook auteursrecht verklaring foto onderaan).

[7] We zijn deze niet op het spoor gekomen.

[8] De poortersboeken van Brugge vermeldden dat hij in Brugge geboren was. SAB, poortersboeken, register 1479-1496, folio 18v: “Jeronimus Lauwerin f. Bavens, gheboren in Brugghe cocht zijn poorterscep omme poortersneringhe te doene binder voorseide stede” (25 februari 1482).

[9] Zie het proefschrift van Nico Dumalin "Het testament van Jeronimus Lauwerein" uit 2011.

[10] Ook dit was een teken van zijn "adellijke identiteit" cf. studiewerk van Jan Dumolyn, Katrien Moermans in ‘Distinctie en memorie’, Marc Boone (over tijdsgenoot ridder Pieter Lanchals) in ‘Un grand commis de l’Etat’. Het praalgraf was nog zeker tot in 1630 in gebruik als begraafplaats van zijn nazaten. Zie Devliegher, ‘Het graf van Hiëronymus Lauweryn’, pp. 102-103.

[11] Het testament werd bewaard in het archief van de Raad van Vlaanderen, en er zijn afschriften teruggevonden in het archief van Waterdijk (gebaseerd op een afschrift van notaris de Mares) en in het archief van de kerkfabriek van Watervliet. In het testament werd ook vermeld dat Jeromes nicht Barbe (Barbara) een jaarlijkse toelage zou krijgen mits zij afzag van de erfenis van Jeromes moeder (...) en werd de vraag gesteld om in zijn naam een pelgrimstocht te ondernemen naar Santiago de Compostella [zie ook de opdracht tot de bouw van de Sint-Jacobskerk te Waterdijk - deze werd evenwel nooit voltooid].

[12] Bewaard als handschrift in de British Library (Add. 35.087).

[13] Men vermoedt dat Arnold Brugensis geboren werd in Brugge omstreeks 1500. Hij werd in 1527 opvolger van Heinrich Finck, als kapelmeester van de Weense hofkapel onder keizer Ferdinand I.  Arnold verbleef in Ljubljana (Slovenië), Zagreb (Kroatië), Kocevje (Slovenië) tot hij kapelaan werd aan de Sint-Stefaansdom in Wenen, en later in Linz (Oostenrijk). Hij was een katholiek gewijde geestelijke, en zijn werken werden zowel door katholieken als protestanten gewaardeerd. Zijn meest bekende werk "Mitten wir im Leben sind" is zelfs van de hand van Martin Luther.